Geert ten Dam
voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Onderwijskunde aan de UvA

Terug naar overzicht

‘Als kind had ik eigenlijk geen beroep voor ogen. Ik was een boekenwurm en geïnteresseerd in politiek, al sportte ik ook veel. Ik wilde studeren. Mijn ouders steunden die wens, vooral mijn moeder. Tot haar grote verdriet was zij tijdens de crisis van school gehaald. Welke studie ik ging doen, was minder belangrijk. Uiteindelijk koos ik sociale wetenschappen en heb ik me gespecialiseerd in volwasseneneducatie, mede omdat ik daarmee wetenschap kon combineren met maatschappelijk relevant en zinvol werk.’

Wie is jouw rolmodel? En waarom?      
‘Veel mensen zijn voor mij een rolmodel geweest, niet alleen vrouwen, ook mannen. Maatschappelijk geëngageerde wetenschappers inspireerden me; dat wilde ik ook. En mijn eerste leidinggevende liet me zien hoe je leiding kunt geven met een stevige intellectuele bagage én oog voor mensen.’

Wat heeft jou gebracht op de plek waar je nu bent?    
‘Hard werken, nooit verzaken en een zekere mate van toeval. Veel van de stappen die ik heb gezet, waren het gevolg van onvoorziene omstandigheden of toevallige ontmoetingen met mensen die in me geloofden. Dat is geen valse bescheidenheid, veel carrières lopen zo. Vertrouwen moet je natuurlijk wel waarmaken en een carrière moet je worden gegund. Als je alleen voor jezelf gaat, krijg je dat vroeg of laat als een boemerang terug. Aandacht voor anderen en samenwerken, maken het werk productiever en leuker. Ik had er veel plezier in toen de eerste roep om meer vrouwen in de top klonk. Juist in de publieke sector waren vrouwen hard nodig, als hoogleraar en als bestuurder. Dat kwam dus mooi samen.’

Wat zijn de levenslessen die je wilt doorgeven? Hoe ben je tot deze levenslessen gekomen?  
‘Een belangrijke les is dat je de kansen moet pakken als ze langskomen. Nooit denken dat je nog niet klaar bent voor een volgende uitdaging. Het gezag dat je krijgt en de manier waarop anderen je daardoor bejegenen, doen je vanzelf groeien in een nieuwe functie. Een andere les is: blijf dicht bij jezelf. Je houdt het anders niet vol en bovendien ga je oppervlakkig functioneren als je niet gevoed wordt door je eigen drive. Voor mij was het altijd helder dat ik mij wilde inzetten voor de publieke zaak – specifiek voor gelijke kansen voor iedereen in deze samenleving. De laatste les is dat je de kunst van het loslaten moet verstaan. Mensen die je energie ondermijnen, kun je beter mijden. Dat heb ik moeizaam geleerd.’

Waarin ben je zelf een rolmodel? En waarom?
‘Twintig jaar geleden stond ik als kersverse hoogleraar na een lezing bij een bushokje. Twee vrouwelijke studenten spraken me aan: “Het kan dus wel, hoogleraar zijn én moeder van twee kinderen. Hoe doe je dat?” Ik weet nog hoe belangrijk ik het vond om te benadrukken dat een geslaagde combinatie van carrière en gezin – voor beide partners! – afhangt van hoe je thuis de dingen afspreekt en regelt. Het mag en hoeft niet op de schouders van individuele vrouwen te rusten. Nu probeer ik een rolmodel te zijn voor jonge wetenschappers, door te laten zien dat als je een universiteit bestuurt, je niet automatisch uit de wetenschap hoeft te stappen. Ik ben onderwijs blijven geven, participeer in een enkel onderzoeksproject en laat me verleiden voor maatschappelijk nuttige activiteiten. Ik hoop zo een ander beeld van besturen neer te zetten en daarmee meer vrouwen te motiveren om de stap naar een topfunctie te maken.’