Het is het eind van een tijdperk: Sigrid Verweij stopt als directeur communicatie en  MVO bij werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB-Nederland Waar ze bijna 20 jaar werkte en in 2013 de eerste vrouwelijke directeur werd.  “Ik zal mezelf echt opnieuw uit moeten vinden.”

Op het moment van het interview komt Sigrid Verweij net uit een DGA-overleg met leden van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Zo’n bijeenkomst maakt haar, ook na haar jarenlange staat van dienst, onverminderd enthousiast. “Ondernemers zijn positief ingestelde mensen. Natuurlijk worden er kritische vragen gesteld over waarom het overleg rond het Pensioen- of Klimaatakkoord gaat zoals het gaat, natuurlijk zijn er soms klachten over regels die ondernemers beperken, maar in basis zijn ondernemers altijd gericht op bouwen en vooruitgang. Ze willen het goede, voor henzelf en voor Nederland. Het is mooi je voor die groep in te zetten en hopelijk een verschil te maken.” Verweij zet zich al bijna 2 decennia in voor een beter ondernemersklimaat. “Maar let op: het doel van VNO-NCW is breder dan dat. We willen van Nederland een duurzame en welvarende maatschappij maken. Ondernemerschap is daar een prachtig middel voor.”

Op 1 juni stopt Verweij als directeur communicatie & MVO. En hoewel ze de beslissing weloverwogen nam is dat toch even slikken, honkvast als ze is. Met een lach: “In juni ga ik traditiegetrouw jaarlijks op vakantie met een groep vriendinnen. Bij VNO-NCW is de maand juni altijd een drukke tijd, dus tijdens die vakantie zit ik elke dag wel een paar uur achter mijn laptop. Mensen kennen mij niet anders, ík ken mezelf niet anders. Dit jaar blijft de laptop voor het eerst thuis. Dat zal echt even wennen zijn. De beslissing om te stoppen neem je niet ineens, dat was een proces. Ik zou hier mijn hele werkzame leven kunnen blijven, maar nu ik bijna de 20 jaar aantik voel ik dat ik op een kruispunt ben beland. Het is tijd om te kiezen welke afslag ik ga nemen, tijd om te kijken wat er buiten VNO-NCW voor moois te doen is.”

Behoudend? Welnee
Verweij begon in 2000 na haar studie bestuurskunde bij de werkgeversorganisatie. “Destijds op het kantoor in Brussel, waar ik vooral betrokken was bij de lobby en European affairs. Van die internationale dynamiek ter plekke heb ik enorm veel geleerd. Na een aantal jaren ging ik me op het hoofdkantoor in Den Haag bezighouden met inhoudelijke dossiers, van regeldruk tot milieu. Toen de beleidsbureaus van VNO-NCW en MKB-Nederland in 2009 samengevoegd werden, werd ik teammanager.”

Een van de highlights binnen haar loopbaan noemt ze het moment dat Hans de Boer en toenmalig minister Jet Bussemaker samen aan de slag gingen met het ontwikkelen van een database met talentvolle, board ready vrouwen, een initiatief dat in februari 2016 uitmondde in de oprichting van het onafhankelijke Topvrouwen.nl, een stichting die nog steeds ondersteund wordt door VNO-NCW. “Over Topvrouwen.nl ben ik vanaf het begin af aan heel enthousiast geweest. Ik heb lange tijd gedacht dat het probleem van te weinig vrouwen aan de top zichzelf wel op zou lossen, maar dat gebeurt niet. Daar kun je niet omheen. Onze voorzitter Hans de Boer is vanaf de start van Topvrouwen.nl 200 procent gecommitteerd aan de wens de doorstroom van vrouwen naar de top soepeler te laten verlopen. In mijn optiek zegt dit alles over het karakter van VNO-NCW. Mensen zien dit vaak als een klassieke, conservatieve organisatie, gedomineerd door mannen die vastberaden zijn zoveel mogelijk bij het oude te laten. In werkelijkheid zijn wij allerminst klassiek en behoudend – je kúnt simpelweg niet in behoudende standpunten blijven hangen als je je inzet voor ondernemers die vooruit willen. Initiatieven als Topvrouwen.nl, maar ook NL Next Level – een visie over hoe Nederland tot de economische wereldtop kan blijven behoren – laten zien dat we het belang van diversiteit en inclusiviteit omarmen.”

De kracht van de spotlights
Topvrouwen.nl heeft vanaf het begin de spotlights op ambitieuze vrouwen gericht. Ondanks al het enthousiasme om de trage doorstroom onder de aandacht te brengen, had Verweij de kracht van die aanpak niet direct voorzien. Ze trekt hierbij de parallel met haar eigen coming-of-age als eerste vrouwelijke directeur binnen VNO-NCW. “Mensen zeiden destijds met regelmaat tegen me dat ik echt moest uitdragen dat ik de eerste vrouwelijke directeur was en ook nog de jongste. Welnee, dacht ik: ik moet mijn werk goed doen en mijn prestaties uitdragen. Het muntje viel pas veel later: uitdragen dat je op die plek zit heeft niets te maken met de wens jezelf op de borst te kloppen, maar alles met het laten weten aan andere vrouwen dat deze plek ook voor hen beschikbaar is. Dat is ook precies wat Topvrouwen.nl doet en dat werkt erg goed. Door mijn eigen ervaringen en de talloze verhalen vanuit Topvrouwen.nl ben ik gaandeweg gaan inzien hoe belangrijk vrouwelijke rolmodellen zijn. Ze maken de weg vrij voor andere vrouwen.”

Opnieuw met een lach: “Vlak voor dit interview sprak ik nog even met Hans de Boer. Hij benadrukte nog hoe mijn komst in de directie, en later die van mijn collega Guusje Dolsma, de feminiene trekken van zijn karakter en dat van de andere mannen heeft aangescherpt.” Mannen en vrouwen vullen elkaar aan, vindt ze, hoewel je er niet altijd precies kunt uitleggen waar dat ’m in zit. “Vaak wordt er hoog opgegeven over verbindende kwaliteiten van vrouwen. In het spel dat we hier spelen – laveren tussen de belangen van bedrijven onderling, maar ook tussen de belangen van bedrijven versus gemeenten, provincies, NGO’s, milieuorganisaties en ga zo maar door – zijn verbindende kwaliteiten inderdaad enorm belangrijk om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Maar het zijn niet alleen vrouwen die over verbindende kwaliteiten beschikken. Ik heb veel mannelijke collega’s die steengoed zijn in het vinden van common ground. Toch hoop ik dat mijn opvolger een vrouw zal zijn. Niet vanwege die specifieke kwaliteit, maar meer omdat ik er het nut van inzie dat er meer dan 1 vrouw in de directie zit, een mening die binnen VNO-NCW gedeeld wordt. De mannen zijn hier nog in de meerderheid, maar een man benoemen is niet langer vanzelfsprekend. We hebben gelukkig veel talent in de pijplijn. Het denken over diversiteit – wat betreft gender, maar ook breder – heeft hier in huis een ontwikkeling doorgemaakt. Als je hier vijf jaar geleden het woord quotum liet vallen, dan was de standaard reactie: nee, daar moet je nooit aan beginnen. Dat beeld is nu veel genuanceerder.”

Kijken in meerdere dimensies
Dat inclusieve denken ziet Verweij ook terug bij de leden van VNO-NCW. “Ondernemers, en al helemaal de grootzakelijke bedrijven die zichzelf regelmatig terugzien in de top van rankings als de Dow Jones Sustainability-Index, lijden momenteel aan een gezonde mate van frustratie. Ze zijn ontevreden over zichzelf omdat ze de vrouwelijke vertegenwoordiging aan de top nog niet voldoende voor elkaar hebben. De wens om op z’n minst aan het wettelijk streefcijfer te voldoen is er. De cijfers weerspiegelen de inspanningen echter nog niet. Bij veel bedrijven ontstaat daardoor gêne. Dat is positief: die schaamte werkt meer daadkracht in de hand.”

Verweij heeft gezien dat zich binnen het tijdsbestek van een paar jaar grote veranderingen zich hebben voltrokken. “Discussies gaan nog zelden over het feit of organisaties voor gemengde topteams zijn. Het is echt overal een thema. Niet voor de rondvraag, maar een thema dat bovenaan de agenda staat. Je kunt geen serieus gesprek over opvolging of governance voeren zonder dat dit aan bod komt. Topvrouwen.nl heeft daar zeker aan bijgedragen. Wij hebben hier bovendien genoeg succesvolle vrouwelijke leden aan tafel die grote ondernemingen vertegenwoordigen – denk aan vrouwen als Meiny Prins van Priva, Thecla Bodewes van Thecla Bodewes Shipyards en Danny Hollestelle van Koninklijke Hollestelle.” Met zo’n publiek om de tafel (of aan tafel) kan niemand volhouden dat vrouwen geen geschikte leiders zijn.

Alle positieve ontwikkelingen binnen het bedrijfsleven ten spijt ziet Verweij ook waar de BV Nederland nog tekort schiet. Dat zit ’m vooral in de kunst mensen in meerdere dimensies te zien. “Als wij iets vragen van onze mannelijke leden, zeggen zij vaak zonder meer ja. Zij voelen zelden de noodzaak om te overleggen met hun collega’s, de board of hun thuisfront. De vrouwelijke aanpak is anders. Niet omdat vrouwen risico-avers zijn, welnee. Ik denk dat vrouwen gewoon willen aftasten of een project het waard is. Als ze eenmaal gecommitteerd zijn, hebben vrouwen een enorme drive, dan gaan ze er helemaal voor. Mannen begrijpen dat vragen stellen van vrouwen echter lang niet altijd, merk ik. Het gevaar bestaat daarom dat bij benoemingen in het bedrijfsleven vrouwen met kritische vragen gepasseerd worden. Hun vragen worden gezien als verkapte ‘nee.’ Dat is echt jammer – vrouwen moeten de ruimte krijgen die vragen te stellen. Als je een open gesprek aangaat, merk je vanzelf of er sprake is van aarzeling en waarom. Wellicht is er helemaal geen sprake van aarzeling, maar wil een vrouw de feiten gewoon goed op een rijtje hebben. Daar is niets mis mee. Laat je niet op het verkeerde been zetten. Andersom geldt dan natuurlijk dat vrouwen hun gedachten over hun loopbaan niet louter in hun hoofd moeten formuleren. Spreek gewoon uit wat je graag zou willen.”

Verweij heeft nóg een wens voor de BV Nederland. “Ik hoop dat we snel meer ontspannen om kunnen gaan met ons oordeel over werkende vrouwen. Vrouwen worden enorm bekeken. Werk je 5 dagen, dan vindt men daar wat van. Werk je 2 dagen: idem dito. Er moet een klimaat ontstaan waarin niemand fronst, wat een vrouw ook kiest. De een mag 150 procent voor haar carrière gaan, de ander 60 procent – maar laten we stoppen met elkaar de maat nemen. Laten we meer ontspannen zijn. Ik weet zeker dat dat de toetreding van vrouwen een grote impuls zal geven.”

Niet meteen springen
Een mooie wens, maar hoe zit het met Verweijs wensen voor haar eigen toekomst? “Ik stel mijzelf op dit moment veel vragen waarop ik een duidelijk antwoord probeer te formuleren. Halverwege mijn carrière neem ik een nieuwe afslag, waar wil ik uiteindelijk uitkomen?” Ze is vergroeid met het denken over privaat-publieke vraagstukken, merkt ze. “Ik zie mijzelf niet naar een plek gaan waar je slechts een standpunt vertegenwoordigt, dat past niet bij me. Ook weet ik zeker dat ik wil blijven bouwen aan Nederland. Tegenwoordig heb ik een nevenfunctie: ik ben lid van het hoofdbestuur van vrijwilligersorganisatie Humanitas. Vanuit die rol ben ik bezig met brede thema’s. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen meedoet, bijvoorbeeld. Die rol heeft me aan het denken gezet: mijn nieuwe baan mag daar best raakvlakken mee hebben. Maar tegelijk denk ik: nu wil ik dit eerste deel van mijn carrière afronden. Daarna komt er ruimte goed na te denken over hoe het verder gaat. Ik wil niet meteen springen. Ik zal mezelf echt opnieuw uit moeten vinden.”

Tekst Nicole Gommers