Mirella Visser is CEOvan het Centre for Inclusive Leadership en combineert die taak met vele nevenfuncties. Ze promoot vrouwelijk leiderschap in alles wat ze doet, maar waarschuwt ook voor afbrokkeling van de positie van vrouwen: “Er is een perfect storm op komst.”

Wie vrouwelijk leiderschap wil promoten, heeft zonder twijfel een vrouwelijke leider die hij of zij bewondert. Mirella Visser hoeft geen seconde over haar ‘favoriet’ na te denken: dat is Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland en scheidend partijleider van de CDU.  Het zijn Merkels kalmte, vastberadenheid en toegankelijkheid die Visser voor haar innemen. “Wir schaffen das – die uitspraak over de vluchtelingenproblematiek heeft haar heel wat kritiek opgeleverd, alsof ze zonder meer de deur wagenwijd opzette voor iedereen die graag naar Europa wilde.” Bedenk eens wat er gebeurd zou zijn als ze “Wir schaffen das nicht” had gezegd, vraagt Visser retorisch. “Dat zou tot een burgeroorlog hebben geleid. Merkel is een verbindende leider, met oog voor alle Europese belangen. De manier waarop zij politiek bedrijft, is op geen enkele manier ego-gedreven. Daarmee onderscheidt zij zich van veel mannen op vergelijkbare posities.”

Merkel is bovendien een krachtig rolmodel in een wereld waarin te weinig vrouwelijke rolmodellen figureren. “Ik bedien met mijn Centre for Inclusive Leadership vooral internationale klanten. Van Duitse cliënten met kinderen in de basisschoolleeftijd hoor ik dat op schoolpleinen meisjes jongens plagerig toeroepen: ‘Jij kunt geen bondskanselier worden, want jij bent geen meisje.’” Die generatie is namelijk opgegroeid met alleen maar een vrouwelijke bondskanselier.

Lid? Liever voorzitter

Zie daar de enorme impact die een rolmodel kan hebben op het vertrouwen van meisjes en jonge vrouwen dat ook zij een positie ‘aan het stuur’ kunnen verwerven – een boodschap die ook Visser graag wil laten landen. “Niet alleen zou ik graag meer vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen zien, ik zou ze vooral graag zien als voorzitter van de raad of commissies en alsCEO. Vrouwen zouden daar simpelweg op moeten mikken, zonder angst. Natuurlijk ontslaat ambitie je niet van zelfreflectie – je moet geschikt zijn voor een dergelijke rol.” Maar vrouwen reflecteren over het algemeen eerder wat te veel op hun eigen kunnen dan te weinig, met het gevaar het eigen kunnen stuk te redeneren of niet hun volledige potentieel te benutten. De doorstroom van vrouwen naar de topgremia van het bedrijfsleven is allerminst vanzelfsprekend, wat ertoe leidt dat vrouwen zodra de ‘bestemming boardroom’ is bereikt, vaak genoegen lijken te nemen met de status van lid. Visser: “Dat gold lange tijd ook voor mij. Pas sinds een aantal jaar ben ik bewust mijn ambitie om voorzitter te worden gaan uitspreken.” Dat heeft effect: “Vanaf dat moment werd ik ineens voor die posities gevraagd. En het is móói. De voorzittersrol is zwaarder, maar het is uiterst bevredigend je invloed aan te kunnen wenden en een bijdrage te kunnen leveren aan het reilen en zeilen binnen de raad.”

Mirella Visser, die lange tijd voor ING en KPMG in Azië werkte, is een duizendpoot. Behalve oprichter en CEO van het Centre for Inclusive Leadership is zij onder meer voorzitter van de raad van toezicht van het KNCV Tuberculosefonds (met 510 medewerkers in 20 landen wereldleider op het gebied van tb-bestrijding) en bestuursvoorzitter van Population Services International Europe, een Amerikaanse NGO met 8000 medewerkers die zich inzet voor het verbeteren van de gezondheids- en reproductieve rechten van vrouwen en meisjes, en vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van Media Pensioen Diensten. Zij was ook 5 jaar lid van de raad van commissarissen van Koninklijke Swets & Zeitlinger, wereldleider op het gebied van informatievoorziening, met 1000 medewerkers in 20 landen. Ze is daarnaast strategisch adviseur van de Nederlandse Vrouwenraad, auteur van 3 boeken over vrouwelijk leiderschap én ze werd bij Koninklijk Besluit benoemd in de Commissie Europese Integratie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV). “Dat laatste is een enorme eer. Ik had niet verwacht dat het balletje zo zou rollen. Het komt onder meer voort uit het feit dat ik met mijn bedrijf veel Europese instituties adviseer en in het verleden ben genomineerd voor de titel European of the Year voor het promoten van professional progress of women in Europe. De Adviesraad is een onafhankelijk, niet-politiek orgaan dat de regering en de Staten-Generaal adviseert over het buitenlandse beleid, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de mens, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese integratie. In de Adviesraad en ook binnen de commissie waarin ik actief ben, hebben vooral oud-diplomaten, oud-ministers en professoren zitting. Jaap de Hoop Scheffer is onze voorzitter.” Visser voelt zich er allerminst een vreemde eend in de bijt: “Het is waardevol om mijn visie vanuit het bedrijfsleven in te brengen, zo kan ik echt bijdragen vanuit de praktijk. Wij kijken op een niet-politieke manier naar verschillende scenario’s. Zo ben ik de afgelopen tijd druk bezig geweest met advies rondom de Brexit en nu met de relatie tussen de EU en China.”

Over balboekjes en een onvolwassen visie

Door alle verschillende rollen, van ideëel tot commercieel, loopt een voor Vissers’ carrière kenmerkende rode draad. “In alles wat ik doe, wil ik laten zien dat vrouwen uitstekende leiders zijn. Ik doe dat op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het introduceren van het thema inclusief leiderschap.” Dat raakt aan Vissers’ corebusiness: met het Centre for Inclusive Leadership adviseert zij organisaties over precies dat vraagstuk. “Inclusiviteit en diversiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een cultuur niet inclusief is, met acceptatie en waardering van ieders ‘anders zijn’, dan kan je vrouwen werven wat je wilt, maar ze zullen net zo snel weer uitstromen. Ze blijven dan een minderheid.”

Visser kent dergelijke organisaties van dichtbij. “In mijn adviespraktijk merk ik dat je niet alle organisaties kunt helpen met inclusiever worden.” Niet alleen organisaties die ‘assimilatie’ eisen zijn moeilijk om te turnen, maar ook concerns die juist te veel nadruk leggen op vrouwelijke meerwaarde. “Deze organisaties bevinden zich in het ‘celebration-quadrant’. Zij maken gebruik van stereotypering, denken dat alle vrouwen uitstekend presteren op communicatief niveau of in specialistische functies. Die vrouwen komen daar vervolgens terecht als HR-directeur of in communicatie & PR, maar business leader zullen ze niet worden.” Met een lach: “Hoe vaak ik niet gevraagd ben als HR-directeur, terwijl ik daar opleiding noch ambitie voor had. Het beperkt vrouwen enorm steeds in dezelfde rollen geduwd te worden. Als je bedrijven op die onvolwassen visie aanspreekt, zijn ze verbaasd. Ze hebben toch het beste met vrouwen voor? Alleen concerns die het wij/zij-denken en dus ook het man/vrouw-denken echt loslaten, zetten grote stappen. Het gaat er niet om dat nieuwkomers zich moeten aanpassen, het gaat erom dat je gezamenlijk een nieuwe cultuur creëert. Zij zetten in op creating a new us, met gelijke kansen voor iedereen. Dat begint aan de top. Leiders hebben overtuigingskracht nodig om het middelmanagement mee te krijgen.”

Visser zorgt daarnaast binnen al haar verschillende rollen áltijd voor vrouwelijke specialistische sprekers op congressen en bijeenkomsten. “Simpelweg om te laten zien dat ze er zijn, vrouwen met kennis die een goed verhaal kunnen brengen.” Helaas zit Visser niet zelden met kromme tenen bij dergelijke bijeenkomsten. “Ik ervaar soms plaatsvervangende schaamte door hoe sommige mannen op vrouwelijke sprekers reageren. Onlangs was ik bij een vergadering, waar een bijzonder kundige vrouw sprak. Na afloop stak een van de mannelijke aanwezigen de vinger op. Zijn reactie: ‘Dat was bijzonder interessant, mevrouw, ik wil hier graag nog eens over napraten. Mag ik een aantekening in uw balboekje?’ Denk niet dat dat een uitzondering was, er was nóg een man die lachend vroeg of ook hij in dat balboekje kon. Zou een vrouw of man ooit een man die net een professioneel verhaal heeft gehouden zo aanspreken?”

Het lijkt klein bier, onschadelijk wellicht, maar het klein maken van vrouwen zit in dit soort subtiele uitspraken, daarvan is Visser overtuigd. “Het is denigrerend, maar vaak niet zo bedoeld. Als je later iemand erop aanspreekt en uitlegt hoe het overkomt, begrijpt men pas de subtiliteit. Het geeft wel aan hoe we onbewust naar vrouwen kijken – alsof het meisjes zijn en blijven.”

Het nut van golfen

Het zijn overigens niet alleen mannen die hun gedrag onder de loep zouden moeten nemen. In haar succesvolle boek De zijderoute naar de top, strategisch leiderschap voor vrouwen, dat op de shortlist van het Managementboek van het jaar 2010 stond, introduceert Visser de term leadership maturity. Vrouwen die naar de top willen, doen er goed aan te werken aan die maturiteit. Dat kan op verschillende manieren, maar begint altijd met de bewustwording dat het niet vanzelfsprekend is dat je als vrouw als gelijkwaardig gezien wordt. “We worden vaak gezien als de belichaming van diversiteit, waarmee we ook direct als minderheid gelabeld worden. Daaraan erger ik me dood – vrouwen zíjn geen minderheid, maar de helft van de bevolking. We gedragen ons echter vaak wel als minderheid en daar zouden we mee moeten stoppen. Straal zelfbewustzijn uit, stel grenzen.”

Een tweede advies is uit je comfort zone stappen, niet te lang blijven hangen in wat je al goed kunt – durf nieuwe paden te bewandelen, kijk wat je nodig hebt om dat tot een succes te maken. “Het is mijn ervaring dat als je je even hard inzet voor het belang van de onderneming de man/vrouwverschillen in de praktijk gewoon wegvallen.” Natuurlijk steken die verschillen toch de kop op in informele situaties. “Een van de vragen die ik vaak krijg van vrouwen is ‘moet ik me aanpassen?’ of zelfs ‘moet ik dan ook maar gaan golfen’? Mijn antwoord is: niet per se, zolang je maar begrijpt hoe belangrijk dat golfen is en waar het voor staat. Wéét dat op de golfbaan in een informele setting belangrijke zaken besproken worden. Pas je aan zoals het goed voelt: als je niet wilt golfen, zorg dan dat je bij de borrel bent.”

Een ander advies is om situaties minder persoonlijk te nemen. “Als ik als enige vrouw in gezelschap van mannen ben, dan kijken sommigen naar mij als er een kop koffie omvalt.” Soit, wil Visser maar zeggen, zolang je maar niet dienstbaar opveert om richting vaatdoeken te rennen. “In zo’n geval zeg en doe ik gewoon niets. Maar bitter word ik er niet van, nee zeg. Je moet snappen dat het komt omdat je er als vrouw uitziet. Als je daar niet op acteert, begrijpen mannen dat. Humor werkt ook geweldig in dit soort situaties.”

Perfect storm

Visser voorspelt dat de nog steeds niet gelijkwaardige maatschappelijke positie van vrouwen in de nabije toekomst dreigt te verslechteren. “De onstuitbare opkomst van tech stelt ons voor een groot maatschappelijk probleem. Deze sector, die opereert met artificial intelligence (AI) en algoritmes, gaat onze maatschappij domineren.” Visser twitterde onlangs nog om de aandacht te vestigen op een bericht uit het Financieele Dagblad, met als strekking dat Europese tech-startups nog steeds ‘mannenbolwerken’ zijn, en waarin een rapport van investeringsmaatschappij Atomico ter sprake kwam. In dat rapport, met als titel The state of European Tech, stelt Atomico ‘dat het wellicht nog niet te laat is om misstanden van een machocultuur, zoals bij het Amerikaanse Uber, te voorkomen.’

Visser: “De ontwikkelingen maken me zeer bezorgd over de positie van vrouwen. Ik vraag me allereerst af welke impact de voortschrijdende digitalisering heeft op het werk van vrouwen op alle niveaus: meer vrouwen dan mannen werken in administratieve functies en veel van deze banen zullen verdwijnen. Bovendien heb je voor nieuwe banen straks bijna altijd tech skills nodig, maar op techopleidingen zie je veel minder vrouwen dan mannen. Er is dus een grote kans dat de economische zelfstandigheid van vrouwen in het geding komt. Binnen de sector zelf zie ik nog een ander element van de perfect storm zich ontwikkelen: techbedrijven hebben nauwelijks vrouwen in de top en de instroom is minimaal. Het is dus echt de vraag of vrouwen daar aan de knoppen komen om deze revolutie die alles zal veranderen mede vorm te geven. Dan gaat het over belangrijke onderwerpen als ethische keuzes in de besluitvorming, over het voorkomen van gender bias in algoritmes en het tegengaan van machogedrag in de organisatie.”

Aan Vissers’ wens voor meer vrouwen in raden van bestuur en commissarissen en dan bij voorkeur als CEOof voorzitter kunnen we dus met chocoladeletters nóg een wens toevoegen: meer techvrouwen. “We kunnen niet laten gebeuren dat door deze ontwikkelingen de positie van vrouwen verder verslechtert. We hebben meer topvrouwen nodig zoals techondernemers Joëlle Frijters en Janneke Niessen, en op politiek niveau topvrouwen als Marietje Schaake en Catelijne Muller, die zich binnen de EU met het onderwerp regulering van AI bezighouden. Het begint weer met bewustwording van vrouwen zelf – pak je rol en benut je potentieel.”

Het ligt natuurlijk niet alleen bij vrouwen zelf. “In 2008 zei ik in een interview met het tijdschrift Opzij dat Nederland nog niet klaar was voor een quotum. Mijn visie van destijds was dat we de grond bouwrijp moesten maken voor een quotasysteem over 5 a 10 jaar. In mijn ogen had het geen zin de doorstroom van vrouwen te forceren zonder consensus over de noodzaak ervan.” Die 10 jaar zijn verstreken. “Inmiddels denk ik er anders over. Consensus of niet, het is tijd om de trage doorstroom steviger aan te pakken. Het gaat niet vanzelf, terwijl er meer dan genoeg ambitieuze en talentvolle geschikte vrouwen te vinden zijn. Daarom is het tijd voor een afdwingbaar quotum.”

Tekst Nicole Gommers