Samen met VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer stond Jet Bussemaker, minister van OCW, aan de wieg van Stichting Topvrouwen. In de begindagen nodigden ze samen ‘mannen die geen vrouw kunnen krijgen’ uit voor een gesprek. “We kunnen ze écht niet vinden” pareerde Bussemaker kalm met “Zeg maar wat je nodig hebt” – om vervolgens een trits hooggekwalificeerde vrouwen uit de database te presenteren. “De monden vielen open.”

Vorig jaar ‘baalde’ ze nog stevig van de trage doorstroom van vrouwen naar de top – een citaat uit het Financieele Dagblad – maar inmiddels heeft die gemoedstoestand plaatsgemaakt voor voorzichtig optimisme. Trots is ze op de database van Topvrouwen.nl, want haar geesteskind heeft niets minder dan een cultuurverandering bewerkstelligd. “Een paar jaar geleden kwamen mannen nog weg met smoezen. Een vrouw die hogerop wilde, werd niet zelden afgeserveerd met een opmerking als ‘jij hebt andere kwaliteiten’. Vrouwen moesten niet zeuren en werden niet serieus genomen – zélfs toenmalig premier Balkenende presteerde het in 2010 in een televisiedebat ‘U kijkt zo lief’ te zeggen tegen presentator Mariëlle Tweebeke, die hem vroeg naar de meest geschikte partijen voor een nieuw kabinet. Dat soort uitspraken kan niemand zich meer permitteren.” De professionele merites van vrouwen worden meer dan ooit op waarde geschat – hoewel er nog een lange weg te gaan is, aldus de inmiddels demissionair minister. “We merken heel duidelijk dat de ogen van bedrijven geopend zijn en dat verandering zich aftekent bij de top-200. Tegelijkertijd ben ik bevreesd over hoe de doorstroom zich verder zal ontwikkelen, bijvoorbeeld bij de 5.000 bedrijven die vallen onder de Wet bestuur en toezicht. Dat is een te grote groep om heel dicht op te zitten.”

Een kwinkslag met impact

Bij de top-200 ging dat ‘erbovenop zitten’ makkelijker. Bussemaker herinnert zich met plezier hoe zij in de begindagen van de database samen met werkgeversvoorman Hans de Boer topmannen van all-male gremia – ‘mannen die geen vrouw kunnen krijgen’, in de woorden van cabaretier Arjan Lubach, een kwinkslag die volgens Bussemaker enorme impact heeft gehad – uitnodigde voor een persoonlijk gesprek. Dat was nog vóórdat de Kamer protesteerde tegen de ‘concurrentievervalsing’ die de database met zich mee zou brengen: Bussemaker begaf zich met haar lijst met board ready, hooggekwalificeerde vrouwen volgens de Kamer op het terrein van executive searchers, ook al waren die er nog allerminst in geslaagd gender diversity in de top van het bedrijfsleven te bewerkstellingen. Door die kritiek zag Bussemaker zich gedwongen de database te verzelfstandigen: Stichting Topvrouwen zag daardoor het levenslicht. Een handvol topmannen ging in op de uitnodiging van Bussemaker en De Boer. Ondanks de vriendelijke ontvangst en de borrelnoten op tafel bleef de sfeer wat ongemakkelijk: “De mannen vertelden natuurlijk dat het écht niet lukte gekwalificeerde vrouwen te vinden. Hun branche was écht een uitzondering, er waren gewoon geen vrouwen op dat niveau beschikbaar.” Daar kun je heel lang over praten, maar De Boer en Bussemaker hadden de meest praktisch denkbare tool achter de hand: de database, met daarin op dat moment een paar honderd topvrouwen. “Ik zei: zeg maar wat je nodig hebt.” Voilà: welke eisen er ook op tafel kwamen, van technische kwalificaties tot bestuurlijke ervaring, er waren meer dan voldoende hits. “En echt goede vrouwen, hé, met alle benodigde kwaliteiten. Ik zag monden openvallen. ‘Oh ja, die naam ken ik wel’, zeiden de mannen dan. Vanaf dat moment veranderde er iets. Het was inzichtelijk dat ze er wél waren.”

Doe het voor je dochter

Of die cultuurverandering zich ook vertaalt harde cijfers, bijvoorbeeld in de jaarlijkse Female Board Index, is nog even afwachten, maar in de wandelgangen pikt Bussemaker zeker positieve signalen op. ‘Klaar’ is het echter allerminst. “Neem bijvoorbeeld de 5.000 bedrijven die vallen onder de Wet bestuur en toezicht. Hoe gaan zij de handschoen oppakken? Ja, daarover ben ik best een tikje bevreesd.” Stichting Topvrouwen stuurde in samenwerking met OCW en VNO-NCW in februari 2017 een handreiking met best practices naar deze bedrijven, om hen erop te attenderen dat de streefcijfers niet vrijblijvend zijn. “Maar nu moeten ze het zelf doen. De aandacht mag niet verslappen, de resultaten mogen niet minder worden. Hoe dat uitpakt, blijft spannend. Kiezen voor een vrouw betekent namelijk simpelweg dat je een man afwijst. Mannen zitten veel meer in elkaars inner circle, dat maakt het moeilijker te breken met ‘ons benoemt ons.’ Het vergt dus ballen.” Behalve ballen helpt ook gezond verstand je eind op weg: Bussemaker verwijst naar de talloze onderzoeken die uitwijzen dat diversiteit het beste in teams naar boven brengt. “Diversiteit in brede zin, en dus ook genderdiversiteit, gaat bewustzijnsvernauwing tegen. Je moet tegenspraak regelen om elkaars blinde vlekken op te heffen: alleen zo kweek je een cultuur die bijdraagt aan goede en evenwichtige besluitvorming aan de top. Daarvoor heb je wel kritische massa nodig, vandaar dat streefcijfer van 30 procent. Accepteer geen klonen en zie andere vaardigheden als welkome aanvulling. Ook een vrouw die geen 25 jaar ervaring heeft en niet uit hetzelfde corps komt, kan heel geschikt zijn.” Voor alle weifelende mannen heeft Bussemaker dan ook een dringend advies: “Kom onmiddellijk uit je comfortzone. Als het argument van betere besluitvorming nog niet voldoende is, doe het dan met oog op je dochters. Ik heb vaak gemerkt dat dat argument topmannen echt triggert. Als het om de toekomst van je eigen kind gaat, komt het ineens heel dichtbij. Niemand wil dat zijn eigen dochter minder kansen krijgt. Dus pak je verantwoordelijkheid dan ook.”

Mevrouw de ambassadeur

Bussemaker benadrukt dat er leiders nodig zijn die laten zien hoe belangrijk zij gender diversity vinden. “Je moet geen genoegen nemen met een shortlist waarop onderaan een vrouw bungelt. Dat geldt in Den Haag net zo goed als voor corporates. Mijn collega Jeroen Dijsselbloem is zo’n man die erbovenop zit. En dat betaalt zich uit. Wist je trouwens dat tegenwoordig een derde van de ambassadeurs vrouw is?” Onlangs nog werd Margriet Vonno-Landman, eerder gedetacheerd bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu als directeur Bestuursondersteuning én ingeschreven in de database op Topvrouwen.nl, benoemd. “Het ambassadeurschap is een ambt waarvan gezegd werd dat het onmogelijk was het te vervrouwelijken: een ambassadeur neemt immers zijn of haar gezin mee naar het buitenland. Het kan dus wél – dan moet het bij bedrijven toch ook lukken?”

Omgekeerde bewijslast

Mocht het antwoord op die retorische vraag onverhoopt toch ‘nee’ zijn, dan dreigen er quota. “Een paardenmiddel waarvan ik zelf ook de nadelen inzie. Maar ja, inmiddels is het ook niet meer uit te leggen dat Nederland de ‘gekke Henkie’ van Europa is.” Het spelen van de ‘quotum-kaart’ komt Bussemaker steevast op kritiek te staan. “Rechtse partijen roepen dat quota er zijn voor vissen, niet voor vrouwen. Van hen komt er echter geen constructieve oplossing. Daarom vind ik het ook zo dapper dat Hans de Boer destijds de samenwerking met mij zocht. Men vond ons een maar een vreemde combi. Een minister die een eind wil maken aan de vrijblijvendheid en een werkgeversvoorman die wars is van ge- en verboden, hoe konden die nou samenwerken? Maar juist die balans tussen zelf de regie houden en lichte dwang is cruciaal.” Bevlogen: “Met alleen gender diversity zijn we er niet, er zijn meer gaps tussen mannen en vrouwen, neem bijvoorbeeld de ongelijke beloningen.” Zij neemt wat dat betreft een voorbeeld aan IJsland, waar de regering op Internationale Vrouwendag bekendmaakte bedrijven te willen verplichten mannen en vrouwen gelijk te betalen, een wereldprimeur. De nieuwe wet, die nog door het parlement heen moet, eist dat elk bedrijf met meer dan 25 werknemers kan aantonen dat mannen en vrouwen evenveel salaris ontvangen voor hetzelfde werk. “Omgekeerde bewijslast dus. Dat zou in Nederland ook een oplossing kunnen zijn voor een hardnekkig probleem. Lilianne Ploumen is als Kamerlid al bezig met een initiatiefwet. Ondertussen moeten HR-directeuren hun rol pakken. Zij moeten zich bewust zijn van de bias. Realiseer je dat vrouwen veel bescheidener zijn dan mannen – anders komen we niet van de kloof af.” Er zijn kortom genoeg plannen en stippen op de horizon, maar de minister is demissionair. Is zij niet bang dat haar opvolger minder bevlogen met het onderwerp bezig zal zijn dan zijzelf? “Ik hoop en verwacht goede dingen.” Prik in de cola is lekker, zei Hans de Boer daarover in een eerder interview met Topvrouwen. “Daar ben ik het mee eens. Vers bloed kan zeker zorgen voor een impuls. Zolang het maar iemand is met passie, dan komt alles goed.”

Het grotere geheel

Voor de topvrouwen in de database heeft Bussemaker een advies. “Help elkaar. Moedig elkaar aan.” Het argument ‘zij moeten er net als ik ook maar op eigen kracht komen’, doet pijn aan haar oren. “Dit gaat verder dan het individu – het zou vreselijk treurig zijn als verdere emancipatie sneeft door zo’n houding. Emancipatie en participatie betreft de top en élke laag daaronder. Elkaar helpen geldt op elk niveau en heeft een positieve weerslag op de hele maatschappij. Ik zie dat als middel tegen verdere segregatie in een land dat versplinterd raakt. Juist vrouwen zijn erg maatschappelijk betrokken en hebben verbindende kwaliteiten: wij kunnen het verschil maken.” We moeten het dus samen doen, maar hoe begint dat? “Vorm met z’n allen een ‘great girls network’. Zoek naar manieren voor kruisbestuiving. De vrouwen die ingeschreven staan in de Topvrouwen-database doen dat natuurlijk al. Ze maken hun kennis beschikbaar en als zij een nieuwe positie innemen, kunnen ze kruiwagen zijn voor andere vrouwen.” Afsluitend: “Denk vooral nooit dat je te goed bent om in die database te staan, ook al heb je al een topfunctie, je geeft er een belangrijk signaal mee af. Daarom heb ik besloten ook mezelf in te schrijven – ik laat zien dat ik deel uitmaak van het grotere geheel, en mezelf committeer aan een diverse maatschappij waarin ieders kwaliteiten benut worden.”

Tekst Nicole Gommers