Eerst waren ze tegen, nu zijn ze voor. Drie topmannen en drie topvrouwen vertellen waarom ze nu toch geloven dat bedrijven wettelijk verplicht moeten worden om vrouwen te benoemen op topposities. 'Stiekem zijn wij een enorm ouderwets, conservatief land.'

'Im proud to be quota-ed,' sprak Neelie Kroes in 2004 toen ze eurocommissaris werd. Het was een opmerkelijke uitspraak van een vrouw die tot dan toe niets van vrouwenquota moest hebben. Flauwekul, vond ze altijd, je moest als vrouw gewoon zelf de mouwen opstropen als je het glazen plafond wilde doorbreken. Maar ze zag allengs dat dat lang niet voor iedere vrouw genoeg was. De oud-VVD-minister veranderde radicaal van mening en nu is ze al jaren een fervent pleitbezorger van een vrouwenquotum.

Ze is niet meer de enige. Kroes bevindt zich in een groeiend gezelschap van topmensen die eerst geen voorstander waren van een quotum, maar nu toch geloven dat het kabinet overstag moet.

Of dat ook gaat gebeuren, is de vraag. In Den Haag is het quotum een heet hangijzer waar vooralsnog geen Kamermeerderheid voor is gevonden. Meerdere ministers hebben hun zorgen uitgesproken over het stagnerende aantal vrouwen aan de top, maar verder dan een 'streefcijferwet' zijn ze nooit gekomen.

Deze wet loopt echter af op 1 januari 2020, dus de komende maanden zal er opnieuw worden gesproken over een quotum. Afgelopen week kwam D66 al met het voorstel een tijdelijk quotum in te stellen van twaalf jaar. Op 20 september brengt de Sociaal-Economische Raad een advies uit waar minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) naar verwachting haar besluit op zal baseren.

Deze zes topmensen uit de politiek en het bedrijfsleven hebben hun advies al klaar. Er zijn veel argumenten te bedenken tegen een wettelijke plicht om vrouwen te benoemen; die hadden zij ook allemaal. Maar er zijn evengoed argumenten te bedenken voor een quotum. En wat hen betreft geven die laatste inmiddels de doorslag.

Lees verder op FD.nl