Topvrouw uitgelicht: Zehra Dogan

De Dutch Dream Foundation (DDF) is gebouwd op altruïstische grondslag: ondernemers laten groeien en bloeien door middel van een intensief coachingstraject. Directeur Zehra Dogan: “Ik heb altijd hard moeten knokken en weet hoe moeilijk het is als je zelf het wiel moet uitvinden.”

Iedereen sleept in het leven bagage mee – positieve en negatieve ervaringen die ons gevormd hebben. Voor Zehra Dogan, bevlogen ondernemer met Turkse roots, is dat niet anders, hoewel haar ervaringen opmerkelijk zijn en van haar een fenix maken: ze is meerdere keren herrezen uit een moeilijke situatie.

Dogan leerde haar ouders pas echt kennen toen zij op haar 11e  naar Nederland kwam. Opgroeien zonder ouders: het klinkt als een drama, maar dat was het niet voor Dogan. “In Anatolië groeide ik op bij mijn oma, een fantastisch mens met heel veel wijsheid – ze was vrijgevochten, drukte me op het hart dat ik moest gaan studeren. Bij oma thuis was het net een herberg: iedereen mocht er eten, drinken en slapen. Ik herinner mij haar als een godin, haar motto was: wij mensen moeten elkaar helpen, wees nooit hebberig, wees lief. Wat we hadden, deelden we. Niet voor niets noemde ik haar anige, wat ‘moeder van alle kinderen’ betekent. Haar wijsheid neem ik mee voor de rest van mijn leven.”

Als bijna-tiener voelde Dogans’ verhuizing naar Nijmegen niet bepaald als een warm bad. “Ik kwam hier als laatste met mijn broertje Ali in het kader van gezinshereniging, mijn twee zusjes waren me voorgegaan, mijn jongste broertje werd een paar jaar later in Nijmegen geboren.” Het was niet de sfeer thuis die haar tegenstond, maar de bekende Hollandse regelzucht met de vele ongeschreven wetten. “In Anatolië was ik vrij. Daar werden kinderen behalve thuis ook door de gemeenschap opgevoed. Ik rende rond, kon overal naartoe.” Iets dat in het meer gesloten Nederland ondenkbaar is: daar worden kinderen geacht rond het serveren van de stomende piepers binnen te zijn en te blijven. Met een lach: “Ik kwam dan ook in opstand. Samen met Ali overwoog ik weg te lopen. Gelukkig hebben we dat niet gedaan.”

De growing pains werden uiteindelijk getemperd door het aanpassingsvermogen en de veerkracht die kinderen eigen zijn, maar één herinnering blijft lastig: “Ik werd op straat en op het schoolplein met regelmaat uitgescholden voor vieze Turk. Ik snapte niet wat er vies aan mij was. Inmiddels is het 2018 en nog steeds merk ik helaas onbegrip in mijn omgeving. Het is vreemd dat we blijkbaar nóg niet aan elkaar gewend zijn.”

In je eentje het wiel uitvinden

Na zo’n ervaring zou het misschien voor de hand liggen jezelf terug te trekken, maar bij Dogan werd het geloof in verbinding juist aangewakkerd. “Verbinding betekent voor mij dat iedereen met elkaar kan samenwerken – jong, oud, man, vrouw, zwart, wit – om het beste in elkaar naar boven te halen. Diversiteit is daarom niets minder dan een businesscase: bijblijven terwijl de maatschappij verkleurt en vergrijst. Veel talent is inmiddels bi-cultureel en het zit tussen de oren van organisaties om dat wel of niet te willen zien. Oprechte interesse in elkaar is daarbij essentieel.”

Dogan studeerde rechten, werkte voor verschillende ministeries en grote bedrijven – Achmea, Baan Software, Vitae – en daarna als manager voor de Gemeente Tilburg en senior adviseur bij de Gemeente Amsterdam. Daarna startte ze haar eigen adviesbureau op het gebied van HRM en business development. Die banen hadden als grootste gemene deler dat zij zich bezighield met advisering op het gebied van diversiteit en management. Maar de baan waarin ze haar verlangen iets te betekenen voor een ander volledig kwijt kon, creëerde ze samen met haar man Atilla Aytekin. Aytekin bestierde een succesvol ICT-bedrijf, maar ging failliet tijdens de crisis in 2001. Van die akelige periode leerde hij twee dingen: allereerst dat er in Nederland een stevig taboe bestaat op failliet gaan – we zien dat nog steeds als mislukking in plaats van als louterende ervaring waar je sterker uit kunt komen. De tweede leerervaring: Aytekin zag de fouten die hij gemaakt had en concludeerde daaruit ook hoe zinvol het zou zijn anderen daarvoor te behoeden. “Tegenslag en weerstand kun je omzetten in kracht en doorzettingsvermogen, maar het blijft lastig als je zelf het wiel moet uitvinden, geen sterke man of vrouw achter je hebt staan die je helpt en coacht. Dat geldt voor ondernemers in het algemeen, maar nog meer voor bi-culturele ondernemers, met niet-Nederlandse roots, die net zoals Atilla en ikzelf meestal harder moeten knokken voor hun plekje in Nederland.”

Die knokkers verdienen een zetje en daarom ging het stel in 2006 met dat idee aan de slag in de vorm van de Dutch Dream Foundation, waar Dogan directeur werd: “Everything is possible, if you dare to have a dream, was vanaf het begin ons motto. Onze droom is duidelijk: wij geloven dat het aan elkaar verbinden van ondernemers met verschillende culturele achtergronden – culturele cross-overs, noem ik dat – leidt tot groei, en daarmee tot een betere en inclusievere maatschappij en economie. Om dat te bereiken, wilden wij werelden bij elkaar brengen die elkaar in real life niet dagelijks treffen.”

Die werelden bestaan naast bi-culturele ondernemers – van de ondernemers die met de Dutch Dream Foundation in aanraking komen, is 80 procent van ‘niet-Nederlandse’ afkomst – uit topmanagers van grote bedrijven. Die laatsten treden op als coach: een jaar lang begeleiden zij intensief en een-op-een 20 zorgvuldig geselecteerde veelbelovende ondernemers. Het doel van DDF is investeren in talent, het talent van de doelgroep omzetten in impact en waarde creëren voor Nederland. En passant wil DDF ondernemersdromen uit laten komen, hoe hoog de lat ook ligt. “Deze ondernemers verdienen dat. Ze hebben talent, maar niet altijd het juiste netwerk of de juiste kennis. Sommigen zijn laaggeschoold. ‘Dit is mijn universiteit’, zeggen ze dan.”

Waarin bi-cultureel talent uitblinkt

Uit een evaluatie in 2016 bleek dat de ondernemers na hun jaar als coachee een gemiddelde omzetgroei van 67 procent bereikten en een fte-groei van 35 procent. DDF heeft in totaal meer dan 220 ondernemers laten groeien. Een van de coachees is Abolfazl Karami. Karami vluchtte als negenjarige met zijn ouders uit Iran en kwam in Nederland terecht in een asielzoekerscentrum, waarna hij een verblijfsvergunning kreeg. “Abolfazl begon, nadat hij ervaring opdeed in de pizzeria van zijn vader, zijn eigen zaak King of the Ribs, gespecialiseerd in spareribs. Zijn droom is een franchiseketen, en na het coachingstraject opende hij een tweede vestiging. Hij was dus goed op weg, maar kreeg helaas een paar jaar na de opening van die tweede vestiging te maken met een faillissement. Ondernemen blijft vallen en opstaan. Dat laatste doet Abolfazl zeker, hij is samen met familie bezig met een doorstart. Juist dat doorzetten is ontzettend belangrijk.” Ook de ontwikkeling van Laamia Elyounoussi maakt Dogan enthousiast. “Laamia begon in Rotterdam Schone Zaak B.V., een schoonmaakbedrijf dat opereert op basis van MVO-principes.” Voor medewerkers van Schone Zaak is het schoonmaakwerk een opstapje naar een beter bestaan: zij volgen naast hun werkzaamheden een taalcursus en een opleiding, waarna ze begeleid worden naar een baan buiten de schoonmaak, bijvoorbeeld als receptionist.

Dogan: “Ondernemers zien altijd kansen, dat geldt voor zowel mannen als vrouwen. Van de vrouwen valt mij op dat ze extra pittig zijn, dat ze willen uitblinken. Uit onderzoek blijkt dat bi-cultureel talent erg hoog scoort op inlevingsvermogen, flexibiliteit en creativiteit. Meer dan Nederlanders, ja. Dat komt door de harde leerschool die ze hebben doorlopen.”

DDF staat inmiddels als een huis, maar in 2006 begon Dogan van nul af aan: “Mijn netwerk was ongelofelijk belangrijk. Wij wilden onafhankelijk zijn van subsidies, die zijn niet duurzaam, dus ik moest op zoek naar partijen die wilden doneren. Ik ben daarnaast gaan bellen om partners en coaches te werven.” Het was een hele kluif, maar de coaches werven – Dogan ging op zoek naar ‘exemplaren’ met een flinke staat van dienst – bleek niet het moeilijkste gedeelte. “What’s in it for them? Heel simpel: behalve dat veel topmanagers diversiteit oprecht een mooi thema vinden, beseffen zij dat zij door te gaan coachen niet alleen niets terug kunnen geven, maar ook iets krijgen. Ik hoor standaard dat onze coaches heel veel leren van hun coachees: over hoe zij naar het leven kijken, over doorzettingsvermogen. Een van onze coaches en tevens bestuurslid is Henk van den Broek, zoon van supermarktondernemer Dirk van den Broek. Henk vertelde me ook dat hij nu snapt waarom hij vroeger veel moeite had met het werven van multi-culti talent: hij keek in de verkeerde netwerken.”

Met een schaterlach: “Ik merk dat Henk na een coachingstraject van een jaar zijn coachees niet loslaat. Stiekem coacht hij nog een beetje. Op de achtergrond is hij aanwezig voor de ondernemers, gewoon omdat het zo leuk is hen resultaten te zien boeken. Bij elk coachingstraject hoor ik opmerkingen als ‘het maakt eigenlijk helemaal niet uit dat hij of zij CEO is van een groot concern en ik een mkb-ondernemer.’ De oprechte interesse in elkaar is leidend: dan zie je vanzelf wat je met elkaar gemeen hebt en wat je van elkaar kunt opsteken.”

Dogan wil een diverse groep coaches: “Vanaf het begin af aan heb ik gezegd dat deze groep voor de helft uit mannen en vrouwen moet bestaan. Als je je inzet voor diversiteit, ben je dat natuurlijk aan je stand verplicht.” Ze wil dan ook graag topvrouwen oproepen zich te melden om bij te dragen aan de missie van DDF: “Ook voor hen is het goed ervaring op te doen als coach, donateur/sponsor of als inspirator. Je kunt iets teruggeven en tegelijkertijd een multi-culti netwerk opdoen en jezelf verrijken met ervaringen.”

Denk niet zwart/wit, denk grijs

Met de wetenschap dat bi-cultureel talent zo eager is om te leren en alle kansen aanpakt, kunnen bedrijven hun voordeel doen, denkt Dogan. “We kijken nu niet breed genoeg. Profielen zijn strak en bedrijven houden daar te veel aan vast. Talent voldoet niet altijd aan alle eisen, en dat is niet erg. Iedereen wil het schaap met de 5 poten, maar je kunt ook geloven in potentie. Innoveren zit in het grijze gebied. Ga eens over je grenzen heen en durf werelden te verenigen.”

Zelf durft ze ook nog breder te kijken dan ze al deed. “Na 8 jaar gaat DDF zich richten op een geheel nieuwe doelgroep: ondernemende jongeren van 15 tot 25 jaar. Zij verdienen het extra dat hun talent en groei gemanaged worden. Niet alleen omdat je zo een ondernemende mindset stimuleert en de jongeren slagvaardig maakt, maar ook zodat ze hun groei bewust en gecontroleerd meemaken, zodat ze zichzelf niet verliezen in hun groeiproces.”

Het zetje dat Dogan anderen geeft, kan ze ook zelf gebruiken, zelfs als zeer ervaren ondernemer, gepokt en gemazeld. “Ik denk altijd na over mijn next step. Ik heb momenteel zitting in de ledenraad van de Vereniging van Achmea, maar sta open voor andere posities, bijvoorbeeld als commissaris, toezichthouder of diversiteitsadviseur. Wat ik te bieden heb is veel kennis en ervaring op het gebied van onder meer ondernemerschap, leiderschap, sociale innovatie en diversiteit. Ik ben een positief mens, maar ook realistisch: ik weet dat ik vanuit mijn achtergrond soms met 1-0 achtersta. Om zichtbaar te zijn, sta ik in de database van Topvrouwen.nl. Omdat ik weet dat er organisaties en leiders zijn die in zee durven met mensen die ‘anders’ zijn. Zij denken niet zwart-wit, maar geloven in het grijze gebied. Daar zit veel kracht. We hebben meer van dat soort inspirerende leiders nodig, want diverser worden lukt alleen als we met z’n allen snappen dat we elkaar nodig hebben en elkaar kunnen versterken.”

www.dutchdreamfoundation.nl

Tekst Nicole Gommers