Topvrouw van het jaar Eugenie van Wiechen

Eugenie van Wiechen, algemeen directeur van FD Mediagroep, is Topvrouw van het Jaar 2018. De trofee nam zij tijdens de uitreiking van deze prijsop het podium in ontvangst met haar 3 dochters aan haar zij. Een signaal? “Welnee.”

Een interview met de Topvrouw van het Jaar opent bijna onvermijdelijk met de voor de hand liggende vraag of de winnares verwacht had de titel binnen te slepen. “Nee”, luidt het antwoord van Eugenie van Wiechen, de 14e Topvrouw van het Jaar en de derde winnares op rij die sinds de oprichting in 2016 door Topvrouwen.nl geïnterviewd wordt. De reden die Van Wiechen geeft voor haar onbevangenheid op de feestelijke uitreiking van eind september, heeft niet zozeer te maken met het feit dat ze het opnam tegen 2 zware kandidaten – Annemieke den Otter, CFO van Ordina, en Margaret Versteden-Van Duijn, CCO bij Bol.com – maar des te meer met hoe Van Wiechen in het leven staat als het gaat om de discussie over genderdiversity. Van Wiechen heeft, kort gezegd, niet veel met die discussie.

Het feit dat Van Wiechen samen met haar dochters van 19, 16 en 13 op het podium verscheen, kan makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden als een signaal: ruim baan voor de aanstormende generatie vrouwen. Het zit anders: “Ik nam ze mee omdat je zo’n ervaring wilt delen met de leukste, meest dierbare mensen om je heen – en dat zijn zij.” De mooiste reactie op haar verkiezing ontving ze naar eigen zeggen dan ook van middelste dochter Mik, die op Whatsapp een veelzeggend bericht plaatste: ‘OMG, dit is heel vet, ik ben echt heel trots!’ Ze lardeerde het bericht met hartjes en smileys: een regeltje tekst dat voor Van Wiechen zelfs nog meer betekent dan de vele bloemen, berichten en felicitaties die zij de afgelopen weken ontving. “Pas nu wordt het weer een beetje normaal. Naast berichtjes van collega’s en oud-collega’s kreeg ik felicitaties van mensen in de straat, van de scholen van mijn dochters, allerlei mensen die ik lang niet gesproken had. Een warm bad.”

Geen strijder voor de vrouwenzaak

Terug naar Van Wiechens visie op diversiteit. “Ik ben niet zo’n strijder voor de vrouwenzaak en ben daar altijd erg open over geweest, dus in de aanloop naar de verkiezing was ik dat ook naar de jury toe. Ik had eigenlijk verwacht dat de jury zou hebben gekozen voor iemand die de vrouwenzaak actief uitdraagt. Dat men toch voor mij heeft gekozen, betekent blijkbaar dat het op mijn manier ook kan, en dat vind ik wel heel mooi. Ik hou namelijk niet van het activisme dat bij dit onderwerp lijkt te horen. Ik denk dat op de barricaden klimmen tegen vrouwen werkt. Activisme stoot alleen maar af.”

Ze denkt dat er nog een hele weg te gaan is bij het creëren van een diverse, inclusieve werkvloer, iets waar Van Wiechen zeker de voordelen van ziet. “Maar de focus op vrouwen vind ik daarbij veel te smal. Balans in de man/vrouwverhoudingen is slechts een stukje van het grote verhaal. Diversiteit gaat simpelweg over tegengeluid, afwijkende standpunten die gehoord worden en er mogen zijn.” Haar eigen directieteam bestaat uit 5 mannen en 2 vrouwen, zijzelf incluis, en dat vindt ze prima in balans. “De mannen verschillen onderling enorm van elkaar en dat geldt ook voor mij en mijn vrouwelijke collega. Ik merk dat vaker. Bij KWF Kankerbestrijding zit ik in de raad van toezicht met 4 vrouwen. Dan voel ik me af en toe net een man – zakelijk, knopen doorhakken. Die verschillen zijn belangrijk. Een goede leider verzamelt dat diverse geluid om zich heen, luistert en geeft mensen het gevoel dat ze welkom zijn. Zijn mensen terughoudend? Nodig ze dan expliciet uit hun mening te geven. Zie je dat iemand twijfelt aan een besluit? Vraag vooral waarom dat zo is.”

Zetjes en grenzen

Nadeel van haar vrouw-zijn heeft Van Wiechen nooit ondervonden. “Eerder een voordeel. Ik ben mijn carrière begonnen bij McKinsey. Mijn mentor, een van de senior partners, vertelde me vlak voor mijn eerste zwangerschapsverlof dat ik promotie zou krijgen. Ik wilde dat helemaal niet: mijn idee was dat ik eerst eens rustig met verlof zou gaan om vervolgens terug te komen in een rol die ik onder de knie had. Vervolgens werd ik tóch, nog voor mijn verlof, benoemd tot projectleider: mijn mentor had het erdoor geduwd, waarschijnlijk omdat hij zag dat ik er klaar voor was.” Voor dat ‘zetje’ is Van Wiechen achteraf dankbaar. “Het was prettig op die manier geholpen te worden. Het omgekeerde maakte ik ook mee: ik heb in mijn carrière ook wel eens gezegd ‘Dit wil ik. Als het niet kan, even goede vrienden, dan vind ik wel iets anders.’ Bij een sollicitatiegesprek zei de CEO: ‘Je realiseert je dat dit een fulltime baan is, he?’ Mijn antwoord was simpel: ‘Dan moet je mij niet hebben, ik wil een dag in de week thuis werken vanwege de kinderen.’ Maar wat bleek? Ik kreeg die positie tóch, en daarmee was de situatie zoals ik dat graag wilde.”

Weten wat je wil en wat je niet wil, Van Wiechen vindt dat net zo belangrijk als dat zetje dat iedere man of vrouw wel eens kan gebruiken. “Generaliseren wil ik niet, maar ik merk in de praktijk dat mannen makkelijker grenzen en wensen aangeven. Vrouwen mogen zich best realiseren dat dat laatste niet schadelijk is voor je carrière. Wil je een dag thuiswerken? Wees er duidelijk over.” Zo wordt een toppositie wellicht behapbaarder. “Maar daarvoor moet je je wel uitspreken.”

Geen trucs

Haar visie op het belang van een divers geluid en het aangeven van grenzen gaf Van Wiechen ook bij haar speech op de avond van de verkiezing van de Topvrouw van het Jaar. “Jaknikken is zoveel makkelijker dan je eigen mening geven. Echte diversiteit bereik je alleen door het creëren van een cultuur waarin iedereen durft te zeggen wat hij of zij vindt.” Kwetsbaarheid is daarom een sleutelwoord in haar leiderschapsstijl. “Laat gewoon af en toe eens zien dat je het niet zeker weet.” Ze is volstrekt open over de keren dat zij dat deed in haar carrière. “Toen ik algemeen directeur werd bij FD Mediagroep, ik was hier toen al 2 jaar werkzaam, drukte de eindverantwoordelijkheid als lood op mijn schouders. Blijkbaar straalde ik dat uit, want de toenmalige voorzitter van onze raad van commissarissen vroeg hoe het me verging. ‘Ik vind het verschrikkelijk!’, zei ik direct, om eraan toe te voegen dat ik mezelf tot de krokusvakantie zou geven om te wennen.” Die eerlijkheid werkt misschien een tikje ontregelend, maar nooit in het nadeel van Van Wiechen. “Omdat ik zo open was, kreeg ik ook een oprecht advies: neem een jaar om te wennen. Ik dacht meteen: wat heerlijk, ik heb dus de tijd. Open zijn helpt je alleen maar, zolang het geen truc is. We hoeven niet dik te doen. Laat jezelf zien, dan doen anderen dat ook.”

Natuurlijk valt er aan de leiderschapsstijl van Van Wiechen meer op dan alleen die kwetsbaarheid. Zo roemde de jury haar scherpe, strategische blik. “Ik ben hier om een klus te klaren, het bedrijf toekomstbestendig te maken en het te digitaliseren, wat ik geleerd heb in de jaren dat ik bij Amerikaanse internetbedrijven werkte en toen ik in Nederland LinkedIn opzette. Ik heb bij McKinsey een prima leerschool gehad in strategie. Uitvoeren en knopen doorhakken, dat vind ik heel erg leuk.”

Uitdagingen zijn er genoeg bij FD Mediagroep, dat met bekende merken als het Financieele Dagblad, BNR Nieuwsradio en Company.info steeds meer kantelt van een traditioneel nieuwsbedrijf naar een innovatief technologiebedrijf. “De media-industrie als geheel staat onder druk, zeker als het gaat om analoge media, zoals een krant of radiostation.” Ook FD Mediagroep is dus druk met de digitalisering, maar Van Wiechen weet als geen ander hoe delicaat de balans is tijdens die transformatie. “Digitale uitgaven leveren minder advertentie-inkomsten op. Digitaliseer je te snel, dan ga je failliet. Doe je het te langzaam, dan ben je niet meer relevant. Naast de digitale versnelling en onze digitale productontwikkeling willen we daarom print stabiel houden. Dat proces geef ik samen met de hoofdredacteur van het FD en onze marketingdirecteur vorm. We hebben met het directieteam een strategie ontwikkeld en die zijn we aan het uitvoeren. Ik vind het belangrijk met wie ik werk, wat ieders vaardigheden en waarden zijn. Integriteit staat voorop. We hebben een heel fijn team, iedereen vertrouwt elkaar.”

Maar het tegengas dat ze zo belangrijk vindt, krijgt ze ook. “We zijn 3 jaar geleden met een leiderschapstraject begonnen. Dat draait om gedeelde waarden, hoe je ervoor zorgt dat het niet alleen om de ‘wat’, maar ook om de ‘hoe’ gaat, hoe we goede leiders zijn. Niet iedereen uit het directieteam was even enthousiast over dit traject. Er was behoorlijk wat scepsis onder 3 directieleden. Ik heb gevraagd: ‘Jongens, als we het gaan doen, gaan jullie dan toch mee?’ Daarop kwam een aarzelend ja. Vervolgens hebben we de eerste sessie aan die aarzeling besteed.” Dat hielp: de weerstand smolt langzaam weg, maar dat wil niet zeggen dat iedereen alsnog even enthousiast werd. “Dat hoort erbij. Het is prima als je het niet allemaal met elkaar eens bent, dat is de kern van mijn hele betoog.”

Oordelende omgeving

Opmerkelijk detail in het verhaal van Van Wiechen is dat zij in haar leiderschapskwaliteiten deels gevormd werden bij McKinsey, de adviesfirma die de afgelopen maanden de krantenpagina’s haalde met het rapport Power of Parity, dat aantoont dat Nederland een bron van welvaart onbenut laat door de geringe vertegenwoordiging van vrouwen op de arbeidsmarkt. McKinsey toonde daarnaast aan dat de besluitvorming in bedrijven erop vooruit gaat als er sprake is van man/vrouwbalans binnen topteams. Zelf vindt de voormalig McKinsey vrouw?? dat er nog wel wat nuance hoort bij die laatste conclusie. “Bedrijfsbeslissingen die leiden tot een beter financieel resultaat, worden over het algemeen gemaakt in de operationele lijn, terwijl je ziet dat vrouwen in boards vaak staffuncties vervullen, bijvoorbeeld in HR of communicatie. Stel je voor dat er een quotum komt: ik vrees dat daaraan voldaan gaat worden door vrouwen op dergelijke functies te benoemen. Dan dragen vrouwen dus niet bij aan die betere besluitvorming.”

Behalve dat het quotum zo zijn doel voorbij streeft, heeft het ook een ander negatief effect voor vrouwen, daarvan is ze overtuigd: “Wie wil er nou dat vinkje zijn? Je wordt niet voor vol aangezien. Een verplicht quotum roept alleen maar weerstand op, bij mannen én bij vrouwen.”

Natuurlijk ziet ook Van Wiechen dat de doorstroom van vrouwen naar de top slechts mondjesmaat gaat, getuige bijvoorbeeld de meest recente Female Board Index. “Het grootste probleem zit in cultuur, en dan vooral bij vrouwen zelf. De omgeving in Nederland is erg oordelend, denk maar aan het bekende schoolplein.” Daar loopt het al snel in de gaten dat je werkt en je kinderen uitbesteedt, waarna je het van je ‘collega-moeders’ om de oren krijgt. “Andersom: ik heb vooral vriendinnen met kinderen én pittige banen: dat maakt het makkelijker, ik ben geen uitzondering. Maar ik signaleer een domino-effect als vrouwen met een baan op niveau zich terugtrekken of een stap terugdoen. Blijkbaar ontstaat er dan een nieuwe norm.”

Van Wiechen heeft overigens geen negatief oordeel over parttime werken. “Als een vrouw daarvoor kiest, is dat prima.” Ze moet hartelijk lachen om het voorbeeld van een radiospot van een hypotheekaanbieder, die veranderd werd nadat er bij BNR Nieuwsradio enkele vrouwen aanstoot namen aan de boodschap. De mannelijke voice-over zei in de oorspronkelijke versie tegen zijn vrouw: ‘Wat een gunstig tarief, dan kun jij lekker minder werken, schat!’ “Of ik degene was die met de vuist op tafel sloeg om dat te veranderen? Welnee! Ik hoor de knipoog in dit soort boodschappen. Natúúrlijk ga ik geen werkgroep oprichten die in actie moet komen tegen dit soort uitingen. Laten we niet zo oordelen over elkaar.”

Accepteren dat verandering tijd kost

Ook binnen het eerder genoemde McKinseyrapport schuilt het gevaar van het opgeheven vingertje. “Ik vind het opvallend dat het McKinseyrapport zo inzoomt op vrouwen die eens wat meer zouden moeten werken. Je kunt het evengoed omdraaien: als mannen en vrouwen beiden 4 dagen werken, levert dat onder de streep hetzelfde op. Of neem een voorbeeld aan Denemarken. Daar gaan mannen en vrouwen om 16:00 uur naar huis. Dan kun je samen de zorgtaak op je nemen. Dat helpt.”

Wat helpt nog meer? “Misschien moeten we gewoon accepteren dat het nog een generatie kost. Dat duurt lang, maar dan is het resultaat bestendiger. Cultuurverandering binnen een bedrijf is al erg ingewikkeld, laat staan een maatschappelijke cultuurverandering.” Over een ding twijfelt ze nooit: het moet niet over gender gaan, maar over de inhoud. “Er zijn zoveel vrouwenpraatclubjes, er is veel debat over vrouwen in topfuncties. Houd toch op met dat vrouwengedoe, denk ik dan. Laten we het hebben over besluitvorming, strategie, prestaties en uitdagingen. Rationele bedrijven zullen gaandeweg diversiteit omarmen. Dat gebeurt ook zonder dat we zo de nadruk leggen op vrouwen. Dat is simpelweg marktwerking: je kiest uiteindelijk voor wat in het belang van je bedrijf is. Ik merk trouwens dat ook veel vrouwen deze visie een opluchting vinden, heel veel van hen zijn net zo afkerig van dwang als ik.”

Low profile rolmodel

Een breed uitgemeten rol als rolmodel en voorvechtster van de ‘vrouwenzaak’ – zoals haar voorgangsters Ingrid Thijssen (Topvrouw van het Jaar 2016 en destijds lid van de raad van bestuur van netwerkbedrijf Alliander) en Ingrid de Graaf (winnares van de titel in 2017, directeur particulier van verzekeraar Aegon) dat wel waren – past Van Wiechen dan ook niet. Waar Thijssen online op zoek ging naar ‘voorbeeldmannen’ en De Graaf aandacht zorgt voor problematische schulden, houdt Van Wiechen het wat meer low profile. “Ik doe het op mijn manier en dat betekent keuzes maken: waar wil ik spreken en waar niet?” Veel slaat ze af, maar als het gaat om een spreekverzoek voor vrouwen tussen de 30 en 40, wordt Van Wiechen enthousiast. “Dat vind ik zo’n interessante doelgroep. Stoten zij door naar de top, terwijl ze hun baan ook nog met een druk gezinsleven combineren? Ik krijg met regelmaat mailtjes van deze vrouwen: ze raken geïnspireerd door het pad dat ik gevolgd heb. Dat vind ik een enorm compliment. Een positief voorbeeld zien, een positief voorbeeld zijn, dat is uiteindelijk waardoor vrouwen denken: dat wil ik ook.”

Tekst Nicole Gommers