Kathelijne Drenth, founder en CEO van The Twelve BV – Progress Partners, verbindt leiders weer met de kernbedoeling van de organisatie: wat was het oorspronkelijke idee, wat was de bedoeling en voor wie? “Pas als deze core purpose vanaf de top geïncorporeerd wordt, ontstaat er samenhang en dan kun je in een wereld van constante verandering als organisatie vooruit.” Bij dat geheel van een toekomstbestendige organisatie horen uiteraard ook vrouwen. “Denk niet dat je complexiteit met uniformiteit het hoofd kunt bieden.”

“Vergelijk een organisatie met een berg waarvan de top in nevelen is gehuld”, begint Drenth. “De afdelingen, structuren, processen, mensen met eigen disciplines en eigen jargon zijn als de berg zichtbaar. De core purpose, de intentie van waardecreatie waarmee de organisatie werd opgericht en juist datgene wat iedereen en alles binnen de organisatie zou moeten verbinden, is niet duidelijk.” Het is niet toevallig dat Drenth daags voor het interview een even simpele als inspirerende boodschap van ondernemer Richard Branson retweette: A business is simply an idea to make other people’s lives better. “Je hebt een idee om iets bij te dragen, om iets gestalte te geven – iedere organisatie is ooit zo begonnen. Het is tevens het uitgangspunt van iedere startup in welke tak van sport dan ook, althans dat mag je hopen. Maar dat oorspronkelijke idee raakt verwaterd naarmate de organisatie is gegroeid of omgebogen door de komst van een nieuwe leider. Maar ook door de focus op efficiency waarmee we organisaties zijn gaan inrichten, in silo’s, met deelopgaven en deelverantwoordelijkheden, is het bewustzijn van waar deze voor bestaan verdwenen. Kosten, omzet en winst hebben veel nadruk gekregen, met alle gevolgen van dien.” 
Maar in de snel veranderende wereld van nu blijkt dat nog efficiëntere structuren en systemen onvoldoende helpen de nodige eenheid te creëren om substantieel vooruit te komen. The Twelve werkt met leiders die hun organisaties willen transformeren en innoveren om de nieuwe bedreigingen en kansen met succes aan te gaan. “Met behulp van het ‘value frame’, een coherent raamwerk van vragen, stellen wij cliënten in staat zelf die oorspronkelijke unieke kernbedoeling scherp, up-to-date en op zijn best te definiëren om er integrale samenhang mee te organiseren.” Bedrijven in alle stadia, van startups tot volwassen organisaties, komen bij Drenth met ‘vooruitgangsvragen’. “Een mooi voorbeeld vind ik een internetservicebedrijf, dat graag wilde groeien maar na twee jaar zelf ploeteren niet verder kwam, zonder dat daar een verwijtbare aanleiding voor was.” Met een lach: “Het kostte slechts vijf halve dagen werk om helder op het netvlies te krijgen waarop de organisatie zich moest concentreren. Alles was er al: de mensen, de wil, de middelen – maar dan versnipperd. Het was een kwestie van zicht krijgen op de toekomst en op de unieke organisatiebedoeling. Het bedrijf is daarna enorm gegroeid en nu zelfs onderdeel van KPN.”

Zonder remming

Succesvol zijn en blijven is moeilijker dan ooit. “Je komt er niet meer door louter te concurreren op bijvoorbeeld prijs – dat kan iedereen. En als je doet wat iedereen kan en niet op tijd innoveert, dan red je het niet. Je bedrijf houdt zich in het huidige volatiele klimaat, met concurrentie van nieuwe disruptieve spelers, niet staande. Apple is een voorbeeld van een bedrijf dat, geïnspireerd door Steve Jobs, het creatieproces begint met de focus op de unieke ervaringswaarde voor de klant, en dan terugwerkt naar de techniek.” Drenth gaat een stap verder door te stellen dat om als organisatie goed uit de verf te komen, niet alleen de techniek ertoe doet. In haar ogen is het absolute noodzaak een organisatie coherent te leiden, met een organisatie-brede aanpak; iedereen aligned met het streven die unieke belevingswaarde te creëren. Ook Ikea, met een sterke customer focus en de bedoeling om het leven van alledag van de klant aangenamer te maken, is voor Drenth in dat opzicht een voorbeeld. “Volmaakt is het natuurlijk nooit, je bent als organisatie altijd op weg en het kan altijd beter, maar de unieke bedoeling is in alles ervaarbaar.” 
In een zeer complexe, digitaliserende wereld, waarin verandering en fluïde taferelen de enige constanten zijn, is het in de ogen van Drenth een kunst om een organisatie succesvol, voorbij sub-optimalisatie van de silo’s, de toekomst in te leiden. Naast samenhang rondom de core purpose is de voortdurende uiteenzetting met die enorme complexiteit noodzakelijk, als top voorop. En daar zit volgens Drenth de link met diversiteit: “Met uniformiteit kun je de uitdagingen het hoofd niet bieden. Als je denkt het wel alleen af te kunnen, dan houd je jezelf voor de gek. Ieder van ons is een ‘silo’, met een eigen denkkader en eigen overtuigingen, niet in staat om alleen het complexe geheel te overzien. Mensen om je heen verzamelen die uit identiek hout gesneden zijn, is om dezelfde reden geen goed idee.” 
Wil je die complexiteit aankunnen, onderstreept Drenth, dan is het nodig voortdurend vanuit verschillende perspectieven het geheel in kaart te kunnen brengen. Een grotere legitimering voor diversiteit in organisaties, te beginnen aan de top, is er naar haar idee niet. “En dan diversiteit in brede zin, dus vér voorbij het man/vrouw-verhaal. Het gaat erom dat je je vak verstaat en in je werk bijdraagt aan de core purpose van waardecreatie. Als je verder wilt komen met je organisatie, dan is dat laatste de verbindende en continuïteitsfactor, hoe verschillend mensen ook zijn.” Met de dramatische cijfers van de meest recente Bedrijvenmonitor Topvrouwen nog in het achterhoofd – bij 90 procent van de ondernemingen veranderde de m/v-samenstelling in de raad van bestuur het afgelopen jaar niet, terwijl deze raden eind 2016 uit slechts 10,7 procent vrouwen bestonden – lijkt de conclusie dat het merendeel van de ondernemingen niet toekomstbestendig is, voor de hand te liggen. Drenth onderschrijft dat: “Ik gun organisaties, nu het nog kan, de geëmancipeerde leiders die broodnodig zijn om de slag naar de toekomst te maken. Mannen en vrouwen, die het in de samenwerking niets uitmaakt hoe je eruit ziet of hoe jong of oud je bent, als je maar goed bent en snapt wat de bedoeling is.” 
Drenth werkt vaak genoeg in organisaties waarin diversiteit en genderdiversiteit allang gemeengoed zijn. “Daar is het onderwerp volstrekt een non-issue, er is focus op waardecreatie voor klanten en stakeholders. En dat is de toekomst. Vrouwen zouden zoveel succesvoller zijn als ze zonder remming aan boord worden gehaald en zich gewoon op het werk kunnen focussen in plaats van constant geconfronteerd te worden met het vrouw-zijn.”

Dikke laag

Die remmingen zijn er echter wel – de vraag is alleen waardoor die traagheid van de doorstroom van vrouwen naar de top nou echt wordt veroorzaakt. Ongetwijfeld gaat het om een combinatie van factoren, maar is een van die factoren wellicht een mannelijke top die om wat voor reden dan ook niet bereid is de macht te delen? Drenth, die geregeld op projectbasis in het buitenland werkt (Brazilië, Frankrijk, Duitsland, Denemarken), blijft diplomatiek: “Het verschil tussen Nederland en de landen waar ik actief ben, is significant.” Buiten de grenzen is gender gewoon geen issue, aldus Drenth, en daar doet men haast automatisch waar wij hier in Nederland ingewikkeld over doen: de beste m/v voor de job kiezen en los van gender talent omarmen. “In Nederland is diversiteit treurig genoeg nog geen usance en daarmee doen directies organisaties echt tekort. In Nederland moet je als vrouw voordat je je vak kunt uitoefenen vaak door een dikke, ondefinieerbare laag, en dat blijft een vreemde gewaarwording.” Een silver bullet om door die laag te komen, kent Drenth niet. Vurig hoopt ze dat deze laag voor komende generaties een onbekend fenomeen zal zijn. Diep triest vindt ze het dat in deze tijd een initiatief als Stichting Topvrouwen nog nodig is. “Het liefst zou ik zien dat Stichting Topvrouwen zichzelf per direct kon opheffen. Maar tot het zover is, hoop ik dat directies de stichting als drempelverlagend ervaren om met vrouwen gewoon eens kennis te gaan maken, al is het maar omdat zij wel degelijk het beste met hun organisaties en toekomstige generaties voorhebben.”

Tekst Nicole Gommers