Aan urgentie in haar werk heeft Carla Moonen, bestuursvoorzitter van Koninklijke NLingenieurs, bepaald geen gebrek. Maatschappelijke vraagstukken met een technische component – van klimaatverandering tot mobiliteit – zijn dagelijkse kost. “Ik ben enorm impactgedreven, werk graag op plekken waar ik het verschil kan maken en dat kan op deze vraagstukken bij NLingenieurs.”

Topvrouwen.nl spreekt met Carla Moonen in haar kantoor in de Haagse Malietoren, vlak na het moment dat bekend werd dat zij ook op een steenworp afstand een plek in de Eerste Kamer der Staten-Generaal verdiend heeft: Moonen krijgt in de Eerste Kamer een zetel voor D66. Ze is er enthousiast over: tijdens het interview komt meerdere malen naar voren hoe belangrijk zij het vindt impact te hebben op zaken die er echt toe doen. “En dan níet pas op het moment dat je je memoires schrijft. Ik vind het belangrijk om je ervaring en intellect op meerdere niveaus in te zetten tijdens je actieve loopbaan. Zelf doe ik dat graag op verschillende terreinen: als voorzitter van deze branche, als senator, maar ook als vrijwilliger bij Brood en Rozen, waar we bijstandsvrouwen helpen terugkeren in het arbeidsproces en zo vrouwen en kinderen uit de armoede halen. Dat maakt deel uit van NL2025.”

Een kans betekent dat je over kwaliteiten beschikt

Moonens advies voor iedereen die op wil klimmen naar de top: “Als kansen zich voordoen, pak ze dan. Een kans krijgen betekent simpelweg dat je over kwaliteiten beschikt. Deins niet onnodig terug – durf te vertrouwen in je eigen kunnen.” Moonen zelf heeft gedurende haar loopbaan dat lef meermaals getoond: toeval of niet, ze kwam telkens weer in de positie van ‘de eerste’. Ze was de eerste vrouwelijke dijkgraaf bij het Waterschap Brabantse Delta, de eerste vrouwelijke bestuursvoorzitter bij pensioenfonds PFZW en daarna was zij de eerste vrouw die het in het ruim 100-jarig bestaan van brancheorganisatie Koninklijke NLingenieurs tot bestuursvoorzitter schopte. Carla Moonen maakt tevens deel uit van het Dagelijks Bestuur van VNO-NCW. 

“Waarom ik de juiste kandidaat voor de functie van bestuursvoorzitter bij Koninklijke NLingenieurs was? Ik ben zelf ingenieur en was in mijn periode als dijkgraaf, van 2013 tot 2017, met het oog op dijkversterkingsprogramma en waterberging, zelf opdrachtgever aan ingenieursbureaus. Destijds heb ik de branche en de bedrijven al goed leren kennen. Ook mijn ervaring als raadsadviseur van het Kabinet van de Minister-President kwam goed van pas: ik kan politieke en maatschappelijke agenda’s verbinden en ken de sleutelpersonen. Dat is nodig om deze beroepsgroep een podium te geven – ik zie dat als mijn belangrijkste opdracht, want ingenieurs en hun projecten zijn nog te onzichtbaar. Samen met directeur Jacolien Eijer laat ik zien dat het prima kan, 2 vrouwen aan het roer. In het wereldwijde netwerk van ingenieursbrancheverenigingen zijn wij tot nu toe de enige vrouwelijke bestuurlijke tandem.”

Integrale ontwerpers én stakeholdersmanagers 

De opdracht waarvoor Moonen staat, is niet gering: de leden van branchevereniging Koninklijke NLingenieurs hebben te maken met meerdere grote transities en zijn bepalend voor het toekomstige succes van de BV Nederland. “Ingenieursbedrijven en dus ook wij als branchevereniging zijn actief op meerdere thema’s. Speerpunten voor ons zijn mobiliteitsvraagstukken, klimaatadaptatie, duurzame energie en de gezonde en duurzaam gebouwde omgeving.” Het zijn thema’s van een haast niet te overschatten belang. “Denk aan de zeespiegelstijging, aan de klimaatverandering, de mondiale afspraken van het Klimaatakkoord: al die vraagstukken hebben een sterk technische en sociale component waarbij de inbreng van ingenieursbureaus het verschil kan maken. Ingenieurs zijn daarmee de integrale ontwerpers van de toekomst. Toen de Amsterdamse wethouder Sharon Dijksma onlangs aankondigde stapsgewijs al het verkeer binnen de Ring A10 vanaf 2030 uitstootvrij te willen maken, hoorden we veel tegengeluiden: ‘mevrouw de wethouder, dat is niet realistisch’. Maar de leden van de branchevereniging Koninklijke NLingenieurs beschikken over kennis die ingezet kan worden als gamechanger. Ingenieurs werken vaak mondiaal en halen kennis ook elders op. In steden als Hangzhou en Shenzhen is al veel ervaring opgedaan met elektrisch vervoer, waardoor ingenieurs weten hoe je een belangrijke ambitieuze doelstelling haalbaar kunt maken. Behalve het uitstootvrij maken van de hoofdstad buigen we ook ons hoofd over hoe te voorkomen dat de 4 grote steden in de Randstad volledig dichtslibben.”

Moonen ziet hoe het vak zich in tijden van grote uitdagingen snel ontwikkelt. “Het draait niet alleen meer om het maken van integrale ontwerpen en de technische aspecten daarvan, maar ook om stakeholdermanagement. Dat betekent dat rekening houden met de bewoners en de gebruikers – in de planvorming – minstens zo belangrijk is geworden.” Combineer dat met de mogelijkheden die digitalisering biedt, binnen dit vak in de vorm van onder meer kunstmatige intelligentie en 3D-ontwerpen, en het wordt eens te meer duidelijk hoe bepalend de kennis van deze beroepsgroep is. Zinnig en vooral zeer bevredigend, noemt Moonen haar werk dan ook. “Ik ben trots op deze beroepsgroep. We hebben het over slimme mensen die de moeilijkste studies gedaan hebben zoals civiele techniek en lucht- en ruimtevaart. Met hun oplossingen dragen ze bij aan de leefbaarheid in ons land en daarbuiten. Soms is dat zelfs levensreddend. Denk daarbij aan de Nederlandse ingenieursbedrijven die landen met laaggelegen delta beschermen tegen overstromingen.” 

Topfuncties zijn vrouwen op het lijf geschreven

Moonen is positief over de toestroom van vrouwen tot de top van ingenieursbureaus. “Wij zien het aantal vrouwen toenemen. Vrouwen zijn vaak behoorlijk sensitief, wat belangrijk is in het stakeholdermanagement dat in ons vak van groot belang is. Topfuncties in deze branche zijn vrouwen dus op het lijf geschreven. Neem bijvoorbeeld een vrouw als Karin Sluis,  CEO van Witteveen+Bos. Zij werd eind vorig jaar verkozen tot European CEO of the year.” Sluis werd door het bestuur van Koninklijke NLingenieurs voorgedragen omdat zij de werkzaamheden bij Witteveen+Bos verbindt aan de Sustainable Devolpment Goals van de Verenigde Naties en zo wezenlijk bijdraagt aan deze belangrijke maatschappelijke doelen. “Zoiets straalt af op de hele branche en is goed nieuws voor vrouwen. Jacolien Eijer en ikzelf laten dat ook zien dat vrouwen in het bestuur van toegevoegde waarde zijn.”

Toetreding van vrouwen tot de top van het bedrijfsleven en daarmee ingenieursbureaus wordt steeds normaler. “Behalve dat het gewoon fair is, er zijn immers veel vrouwen die hooggekwalificeerd zijn, hebben bedrijven ieder talent nodig. De businesscase is helderder dan ooit. Er is een schaarste aan goed opgeleide technici, zowel aan de ingenieurs- als aan de ICT-kant, terwijl er in Nederland en daarbuiten grote uitdagingen liggen waarvoor de technici keihard nodig zijn. Ook voor topvrouwen van de toekomst zijn er dus grote kansen. Op mijn middelbare school in Limburg was ik het enige meisje met alle bètavakken in haar pakket. We zouden meisjes met de juiste capaciteiten moeten stimuleren te kiezen voor die bètavakken: dat geeft ze een enorme voorsprong.”

De tijd is rijp

Moonen is comfortabel in alle mogelijke gezelschappen, ook als zij de enige vrouw is: “Leiderschap is situationeel bepaald. In principe zal ik als voorzitter altijd zorgen voor een veilige sfeer bij een overleg, een sfeer waarin men zich uit durft te spreken. Alleen zo komen de beste strategische beslissingen tot stand. Maar soms is ander gedrag nodig. Meer directief, sturend. Ik heb beide stijlen in mijn repertoire.” Die indruk krijgt de buitenstaander wellicht niet meteen van Moonen, die een gemoedelijke, vriendelijke uitstraling heeft. “Ik heb in mijn loopbaan gemerkt dat het zinnig is tot in detail voorbereid te zijn. Mensen hebben dan snel door dat je van de hoed en de rand weet en zo verwerf je gezag.” Toen Moonen als dijkgraaf in onderhandeling ging met de top van de Deutsche Bank over een bestaande derivatenportefeuille had ze zich opgeworpen als woordvoerder van de delegatie. Moonen, die naast ingenieur ook econoom is en in de top van het Ministerie van Financiën heeft gewerkt: “Ik was hetzelfde te werk gegaan als altijd: ik kende de derivatenportefeuille tot in de puntjes. De top van de bank, ingevlogen uit Frankfurt en Londen, had daar totaal niet op gerekend. Zij straalden in alles uit dat zij er zeker van waren aan het langste eind te trekken, maar het liep anders. De Deutsche Bank liep vast in de onderhandelingen. Na een half uur vroegen ze om een schorsing. Ik heb de onderhandelingen met vlag en wimpel gewonnen ten gunste van de waterschappen.”

Competente en talentvolle vrouwen zijn er genoeg. Moonen vindt het dan ook storend dat vrouwen slechts mondjesmaat toetreden tot de top van ondernemingen. Helpen quota daarbij? Kort en goed: “Ja, het is tijd dat we dat gaan doen. Talentvolle en ambitieuze vrouwen zijn er genoeg, de tijd is rijp.”

Redactie: Topvrouwen.nl