Hester Kuypers was dik tevreden met haar positie binnen het succesvolle, technisch georiënteerde familiebedrijf ITM Group. De mannelijke board drong aan op haar toetreding, maar zelf vond ze dat niet zo nodig. Totdat een brief van het ministerie het muntje deed vallen.

De roots van familiebedrijf ITM Group gaan ver terug. De overgrootvader van Hester Kuypers, Hendrikus van der Sluis, werd vroeg wees en woonde in bij een oom en tante. Hij wilde hun boerderij niet overnemen en haalde hen over de boel te verkopen, zodat hij zijn ondernemersplannen werkelijkheid kon maken. Zijn eerste bedrijf werd geen succes, maar de overname van een sigarenfabriek in 1912 in Kampen werd dat wél. Van der Sluis’ ondernemersgeest gaf een wending aan het leven en de carrière van nu al vier generaties na hem. Zijn nakomelingen waren en zijn actief binnen het familiebedrijf dat allang de vleugels heeft uitgeslagen: aanwezig in meer branches dan alleen de tabaksindustrie én internationaal georiënteerd. Kuypers: “Het is mooi om die geschiedenis, die inmiddels meer dan een eeuw omvat, uit te spitten. Ik heb zelfs nog prachtige liefdesbrieven van mijn overgrootvader, die me een goed beeld van hem geven, en kwam laatst jaarcijfers uit 1928 tegen – die heb ik in Excel gezet.” Het zaadje voor de succesvolle onderneming die ITM Group nu is, werd geplant in de dagen dat Van der Sluis met zijn sigaren langs de deur ging. “Hij hoorde over fabrieken waar het slecht ging en besloot daar machines op te kopen. Dat was het begin van de machinefabriek in de huidige vorm.”

Die huidige vorm ontstond gaandeweg, toen de zoons van Van der Sluis erbij kwamen en brood zagen in een internationale handel in sigarettenmachines – destijds ontstond ook de naam International Tobacco Machinery – en ook de derde en vierde generatie gaandeweg hun innovatieve ingevingen volgden. Kuypers: “We zijn nog steeds actief met het vervaardigen van machines voor markten met een grote tabaksindustrie, zoals de Dominicaanse republiek, Polen en Duitsland, maar diversifiëren en onze vleugels uitslaan vinden we ook belangrijk. Dat zit ’m in innovaties binnen de voor ons vertrouwde tabaksindustrie – zo zijn we inmiddels groot in machine- en productontwikkeling voor e-vaping, ofwel elektronische sigaretten – maar onze kennis blijkt ook heel goed inzetbaar in andere markten die producten in hoge volumes produceren. Dat doen we via verschillende dochterondernemingen. De kennis om met snelheid grote volumes te kunnen produceren is schaars, en verschillende industrieën die zich die dure snelheid kunnen veroorloven, zijn blij met de onze technische ‘kunsten’. Zo werken we nu ook voor producenten die actief zijn met detergents, wasbuiltjes, en onze kennis over verpakken met vloeipapier gebruiken we ook voor grote fabrieken die plastic rietjes vervangen door papieren exemplaren.”

Volledig off-grid

Dat innovatief vermogen Hester Kuypers in het bloed zit, is duidelijk. Zij gaat daar vaak nog een stapje verder in, zelfs als dat louter de lange termijn dient. “Zelf hecht ik enorm veel waarde aan het leveren van een bijdrage aan de energietransitie. We hadden al een dak vol zonnepanelen en ik wilde er nog meer, want we gebruiken nog steeds meer energie dan we opwekken. Maar er waren rationele argumenten om dat niet te doen – je krijgt te maken met een piek in de opwekking, waar je niets mee kunt. Tóch wilde ik ons energieverbruik naar beneden krijgen en de oplossingen verkennen. Ik concludeerde al snel dat de energietransitie nergens komt zonder energieopslag.” Kuypers kwam op het spoor van het bedrijf Elestor, dat een flowbatterij ontwikkelde waarin waterstof en bromide van elkaar gescheiden worden door een membraan en die 10.000 keer kan worden opgeladen en ontladen. “Ik zag dat helemaal zitten, een waterstofbromide flowbatterij maakt energieopslag voordeliger en milieuvriendelijker. Wij zijn nu de eerste commerciële klant van Elestor en zetten een belangrijke stap in het zelf opwekken van de energie die we nodig hebben. Het lijkt me echt heel gaaf als we uiteindelijk van het gas afkunnen en volledig off-grid kunnen werken. Zo’n beslissing zet niet meteen zoden aan de dijk als het gaat om return on investment, de investering doe je echt met het oog op de lange termijn. Ik merk dat juist vrouwen daar vaak oog voor hebben, zij kijken verder dan het puur zakelijke aspect, durven knopen te hakken. Ik ben dan ook blij dat er bij er veel vrouwen vertegenwoordigd zijn bij de besluitvorming rondom alles wat nodig is voor een succesvolle energietransitie.”

Heerlijk onzichtbaar

Als het gaat over wat Kuypers wil nalaten voor de generatie na haar – kinderen uit de familie die op enig moment wellicht hun intrede doen in het familiebedrijf, maar ook breder als het gaat om het investeren in het milieu voor latere generaties – klinkt zij zelfbewust, als iemand die de kaders aangeeft en datgene najaagt wat zij echt belangrijk vindt. Maar Kuypers vertelt óók dat haar carrière lange tijd gekenmerkt werd door een (te) grote mate van bescheidenheid. “Ik heb het nooit vanzelfsprekend gevonden dat ik bij het familiebedrijf zou komen. Ik wilde ook niet ‘de dochter van de baas’ zijn, voor mij voelde het essentieel dat ik eerst mijzelf zou bewijzen in een andere functie. Mijn broer ervoer dat helemaal niet zo, grappig hoe ieder hier zijn eigen invulling aan geeft. Ik ging rechten studeren en werd advocaat. Dat ging me prima af, totdat ik rekeningen moest versturen.” Met een schaterlach: “Ja echt, dat vond ik ver-schrik-kelijk. Mensen die met een advocaat te maken krijgen, zouden het probleem echt liever zonder juridische bijstand oplossen, maar dat lukt dus niet. Niemand heeft om je gevraagd en dan stuur je nog een rekening ook.”

Kuypers’ juridische expertise kwam goed van pas toen zij in 1997 tóch voor het familiebedrijf koos. “Ik kon in juridisch opzicht alles in goede banen leiden en structuur aanbrengen in het bedrijf. In 1997 deden we nog niet aan functies, er was geen board. Mijn vader, die in 1999 met pensioen ging, was samen met mijn oom DGA. Ik werd samen met mijn neef directeur van de holding en was daar dik tevreden mee. Ik opereerde heerlijk onzichtbaar – ‘onder water’ blijven past bij me.” Wellicht is dat niet op de voorgrond willen treden een vrouwelijke voorkeur en daarmee een van de oorzaken van het vrouwentekort aan de top, mijmert Kuypers. “Net als veel vrouwen vind ik het heerlijk om op de inhoud te zitten. Ik heb níets met status, wat als gevolg heeft dat ik er niet mee bezig ben hoe ik zelf een hogere status kan verwerven en dat ik ook niet onder de indruk ben als ik een ‘hoge pief’ ontmoet. Macht en invloed en succes uitstralen naar de buitenwereld interesseren me niet – het is louter de langetermijngedachte die mij drijft.”

Dat nuchtere en het talent om een stuwende kracht achter de schermen te zijn, zorgde ervoor dat Kuypers geen prikkel ervoer om zichtbaarder te worden – “hoewel de mannen binnen de board van ITM Group daar vaak genoeg op aandrongen” – tótdat Internationale Vrouwendag 2017 Kuypers’ blik op Nederland veranderde. “Ik zat in de auto en hoorde een radio-interview over de trage doorstroom van vrouwen naar de top van het bedrijfsleven. Degene die geïnterviewd werd – geen idee wie dat was – was echt aan het fulmineren. Hij gaf af op het feit dat ons calvinistische verleden tot op de dag van vandaag doorwerkt en dat we daarmee moesten breken. Goh, dacht ik. Als je hoort dat het nog maar zo kort geleden is dat getrouwde vrouwen handelingsonbekwaam waren, is dat toch confronterend.”

Alsof de voorzienigheid Kuypers nog een zetje in de juiste richting wilde geven, lag er bij aankomst op kantoor post op haar te wachten: een ‘handreiking’ die in 2017 uit naam van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Topvrouwen.nl en ondernemingsorganisatie VNO-NCW naar ondernemingen die vallen onder de Wet bestuur en toezicht (Wbt) werd gestuurd. Die handreiking bevatte een toelichting op het wettelijk streefcijfer van tenminste 30 procent vrouwen in de topgremia van het bedrijfsleven en concrete adviezen om meer vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen te krijgen.

Niet langer op de achtergrond

Het was de eye-opener die Kuypers nodig had om het over een andere boeg te gooien. “Ik dacht: ik ben nu directeur en voel me volledig gelijkwaardig aan die mannen in de board. Maar wat geef ik nou voor signaal af aan de vrouwen binnen onze organisatie? Wat zegt het dat je als vrouwelijk familielid genoegen neemt met dat treetje lager? Zo gaan ook andere vrouwen denken dat je als vrouw de top niet kunt bereiken. Ik werkte onbewust mee aan het in stand houden van een systeem dat vrouwen op de achtergrond houdt. Dat wilde ik niet, dus ineens wist ik: nu moet ik écht meer op de voorgrond treden.” Verzin maar een mooie titel voor me, zei Kuypers dus tegen de leden van de toen nog all-male board, met behalve familieleden inmiddels ook mensen van ‘buiten’. “Zij reageerden zo van ‘hè hè, Hester doet eindelijk mee.’”

Kuypers is inmiddels 2 jaar lid van de board en werkt er nog steeds aan zichtbaarder te worden met het oog op het algemeen belang. “Ik heb me net ingeschreven in de database van Topvrouwen.nl, dat hoorde er wel bij. Ik realiseer me nu veel beter dat je je niet alleen inschrijft omdat je op zoek bent naar een nieuwe bestuursfunctie of een commissariaat, maar in de eerste plaats om de mythe te ontkrachten dat er niet genoeg topvrouwen te vinden zijn. Je geeft een signaal af. Ik neem dat heel serieus en bezoek vanuit dezelfde gedachte events van Topvrouwen.nl.” Ze concludeert dat haar ‘omslag’ haar tot nu toe veel heeft gebracht: “Ik wil graag leren waarom het tot nu toe niet vlot met de doorstroom. Dat Topvrouwen.nl die kennis uitdraagt - en de laagdrempelige manier waarop - is enorm waardevol en ook confronterend: ik realiseerde me bijvoorbeeld dat ook thuis niet direct gelijkwaardigheid in de hand werk. Zo beoordeelde ik mijn dochter bijvoorbeeld soms wat strenger dan mijn zoons – ik vermoed dat het in meer gezinnen zo gaat, het is een kwestie van bewustwording. Datzelfde geldt voor de werkvloer: door het werk van Topvrouwen.nl zijn veel bestuurders er nu van doordrongen dat zij een bepaalde bril ophebben als zij een vacature opvullen, en alleen al wéten dat je die bril op hebt, is winst. Het helpt.”

Al die nieuwe kennis maakt helaas niet dat ITM Group zelf snel diverser kan worden op het vlak van man/vrouwverhoudingen. “Ik heb weleens gekscherend gezegd dat er een vacaturestop zou komen voor alles ‘met een piemeltje eraan’, maar in de praktijk werkt dat niet. Wij verzorgen opleidingen en stages, onder meer op het gebied van robotica. Soms krijg je 200 aanmeldingen, en is slechts 1 van de briefschrijvers vrouw. Het blijft lastig. Iedereen binnen het bedrijf weet dat ik het enorm belangrijk vind dat we meer vrouwen aan boord krijgen, dus iedereen maakt er echt werk van.” En áls er dan succes geboekt wordt met het werven van een vrouw voor een technische bedrijfspoot als engineering, is het enthousiasme groot. “Dan komen collega’s blij naar me toe om te vertellen dat het gelukt is. Maar ingewikkeld blijft het. Onlangs was ik nog op zoek naar een commissaris van ITM. We hadden twee mannelijke commissarissen en ook de derde is een man geworden, omdat we simpelweg geen vrouw aan ons wisten te binden. Wellicht is het technische karakter van ITM een struikelblok, maar het feit dat de tabaksindustrie omstreden is, speelt ook een rol. Jammer, want die vrouwelijke energie is zeer welkom.”

Quota versus verplicht reflecteren

Hoewel Kuypers zich hard maakt voor meer vrouwelijke toetreding, voelt zij zich als enige vrouw in de board nooit eenzaam. “Ik heb juist het gevoel echt iets toe te kunnen voegen. Zet er een vrouw bij en de testosteronfactor neemt af. Draaien discussies te veel om ego, dan prik ik daar zo doorheen – meer willen is prima, maar alleen als dat ten dienste staat van de lange termijn. In onze fabriek in Polen is een vrouw de CFO, en ik merk dat dat veel toevoegt. Ook in de business is het simpelweg nodig dat er mensen bij zijn die zich kunnen verplaatsen in anderen – en vrouwen zijn daar vaak goed in. Vanuit mijn rol kan ik heel makkelijk zeggen: ik mis hier oog voor sustainability en menselijkheid.”

Kuypers is niet direct voor quota. “Bedrijven gaan makkelijk over tot windowdressing: een vrouw op ‘makkelijke’ afdelingen. Dat schiet niet op. Bovendien hebben familiebedrijven die moeten voldoen aan een quotum nog een ander probleem: wat nou als je in de familie geen vrouwen hebt die een rol aan de top kunnen invullen? Het heeft tijd nodig. Wel moeten we het gesprek permanent blijven voeren, mét de nodige druk erop. Laat boardmembers maar een verplichte cursus volgen over het belang van gendergelijkheid. Reflecteren op ons eigen gedrag en het belang van gelijkwaardigheid werkt enorm emanciperend.”

Tekst: Nicole Gommers